Eetexpert

Kenniscentrum voor
eet- en gewichtsproblemen

Professionals login

Wachtwoord vergeten? Nu registreren?

Behandeling: professionele behandelmogelijkheden

VORMEN VAN PROFESSIONELE HULP

Voor de behandeling van eet- en gewichtsproblemen kan je beroep doen op de volgende professionele hulpvormen:

AMBULANTE HULPVERLENING

Welke professional en hoe?

Bij ambulante hulpverlening kom je volgens een afgesproken frequentie op afspraak bij een hulpverlener. Dit kan je huisarts zijn, een diëtiste, psycholoog, psychiater of beweegexpert. Ook Centra voor Geestelijke Gezondheidzorg (CGG) en sommige gespecialiseerde klinieken bieden ambulante hulpverlening aan. Voor een deskundige behandeling van je eet- en gewichtsprobleem zijn bij voorkeur meerdere disciplines betrokken. Je zal er werken aan de symptomen van je eet- of gewichtsprobleem (denk aan eetpatroon, gewicht, beweegpatroon, ...) en aan de factoren die dit eet- of gewichtsprobleem in stand houden (denk aan negatief zelfbeeld, vertekend lichaamsbeeld, ongezonde copingvaardigheden, ...). Samen met je hulpverlener maak je een behandelplan op waarin je de doelen uitschrijft alsook hoe jullie hier aan gaan werken (zo mogelijk in samenwerking met overige hulpverleners). Een goede ambulante behandeling voorziet regelmatig evaluatiemomenten waarbij de persoon en de hulpverlener het veranderingsproces en de gemaakte vooruitgang beoordelen. Er kan dan besloten worden om het behandelplan bij te sturen of om gespecialiseerdere of intensievere doorverwijzing te overwegen.

Vormen

Ambulante hulpverlening kan in verschillende vormen. Je kan individueel op gesprek komen, als koppel of als gezin. Ook een combinatie bestaat. Je hulpverlener zal in overleg beoordelen waar jij het meeste baat bij hebt. Tot slot bestaan er ook ambulante groepstherapieën. Hier neem je samen met overige patiënten deel aan een therapiegroep. Je vindt er niet alleen (h)erkenning en motivering maar werkt er ook rond gemeenschappelijke thema's in het overwinnen van je eet- of gewichtsproblematiek.

DAGBEHANDELING

Als ambulante hulpverlening ontoereikend of niet aangewezen is in verband met de ernst van de problematiek of bijkomende problemen, is dagbehandeling een volgende optie. Een dagbehandeling bestaat uit een breed behandelprogramma dat 1 tot meerdere dagen per week omvat. Na afloop van het programma ga je terug naar huis. Je hoeft er dus niet te overnachten. Een dagbehandeling combineert meestal verschillende soorten therapieën: praattherapie, beweegtherapie, creatieve therapie, kook- en eetgroepen, ... Ook hier werk je samen met je begeleiders aan je persoonlijke behandelplan en doelen. Het merendeel van de therapieën is in groepsverband. Sommige behandelprogramma's voorzien ook een individuele component. Een dagbehandeling is ideaal als je méér nodig hebt dan ambulante hulpverlening, maar er geen noodzaak is tot opname.

OPNAME

Een ander woord voor een (klinische) opname is 'residentiële behandeling'. Je bent dan voltijds opgenomen in een kliniek om er te werken aan je eet- of gewichtsprobleem. Een opname wordt door velen (patiënt, ouders, partner, ...) vaak als allerlaatste oplossing gezien. Toch is een (al dan niet korte) opname in sommige gevallen de enige weg om de vicieuze cirkel van je probleem te doorbreken door de patiënt net dat extra steuntje in de rug te geven.

Tijdens een opname worden verschillende therapieën gecombineerd (praattherapie, non-verbale therapie, beweegtherapie, ...) in verschillende vormen (individueel, groep, partner- en gezinsgesprekken). Daarenboven worden alle maaltijden en tussendoortjes samen gedaan onder begeleiding van een hulpverlener en je groepsgenoten. Hierdoor ontvang je meer steun, motivering en toezicht bij deze momenten. Doordat een opname je dagelijkse leven in sterke mate doorkruist moet gewichtig omgesprongen worden met de behandelduur: niet te lang, maar in kader van duurzaam herstel ook niet te kort. Sommige ziekenhuizen werken samen met een ziekenhuisschool waardoor de jongere bijvoorbeeld toch (een deel) van zijn studies kan voortzetten.

Volgens Vanderlinden (2008) is in geval van een eetstoornis een opname aan te bevelen in de volgende omstandigheden:

  • bij gebrek aan resultaten: als de ambulante behandeling na drie maanden geen enkele verandering teweeg heeft gebracht in het eetpatroon en als de eetbuien en het braken niet zijn verminderd
  • bij een zorgwekkende lichamelijke toestand
  • bij patiënten die naast de eetstoornis nog andere ernstige psychologische problemen vertonen zoals depressiviteit, zelfverwonding, dwanghandelingen en -gedachten, impulscontroleverlies, alcohol- of drugsverslaving
  • bij suïciderisico
  • bij onleefbare gezinssituaties met voortdurende spanningen en ruzies
  • bij ernstig sociaal isolement


INVALSHOEKEN VAN PROFESSIONELE HULP

Professionele hulp  is bij voorkeur gericht op verschillende aspecten:

  • Voedingsbegeleiding: bij eet- en gewichtsproblemen is er vaak nood aan voorlichting over voeding, gewicht en beweging alsook gepast voedingsadvies. De diëtiste is hiervoor de aangewezen persoon en kan samen met je werken aan het herstel van een evenwichtig voedingspatroon en gezond gewicht. Je kan bijvoorbeeld gevraagd worden een eetdagboek bij te houden om meer inzicht te krijgen in je eetgedrag, wat je goed doet en wanneer/waarom het soms misloopt.
  • Medische begeleiding: bij eet- en gewichtsproblemen is medische begeleiding noodzakelijk ongeacht de ernst of de duur van het probleem. Dit om de lichamelijke toestand te beoordelen en mee op te volgen (bijvoorbeeld aan de hand van een bloedafname, een hartfilmpje, ...) en eventueel ook om behandelingen hiervoor te bespreken (bijvoorbeeld voedingssupplementen, medicatie, bariatrische chirurgie...). Je huisarts is hiervoor een laagdrempelige persoon, maar je kan hiervoor ook bij een psychiater of andere medicus terecht.
  • Psychosociale begeleiding: een eet- en gewichtsprobleem kan samenhangen met tal van psychosociale problemen zoals een negatief zelfbeeld, moeilijk met emoties om kunnen gaan, ... Deze problemen kunnen belangrijke oorzakelijke of instandhoudende factoren van je eet- en gewichtsprobleem zijn waardoor ze best behandeld worden in het kader van duurzaam herstel. Een psycholoog, psychiater of orthopedagoog is hiervoor de aangewezen persoon.
  • Bewegingsbegeleiding: bij eet- en gewichtsproblemen speelt vaak ook te veel of te weinig beweging een rol. Een beweegexpert zoals een kinesist kan je hier op een deskundige manier voor begeleiden.



DE EERSTE HERSTELFASE VAN EEN EETSTOORNIS

De eerste fase van de behandeling focust zich op herstel van een normaal eet- en beweegpatroon, en op bijhorend gewichtsherstel. Het klinkt misschien vreemd, maar ook de herstelperiode van een eetstoornis houdt een aantal risico’s in. Het is daarom erg belangrijk dat een arts deze fase mee begeleidt, en regelmatig een bloedcontrole kan uitvoeren. Waarom dit zo belangrijk is lees je hier:

Hoe verloopt het gewichtsherstel? 

  • Gewichtsherstel gebeurt best geleidelijk (aan een tempo van ongeveer een halve kilogram per week), zodat het lichaam zich kan aanpassen aan de grotere energie-inname om deze op een goede manier te kunnen verwerken.
  • Om het lichaam hierin te ondersteunen, is het goed om voldoende fosfaatrijke voedingsmiddelen te eten (bv. melkproducten). Fosfaat helpt bij de verwerking van energie door het lichaam.
  • Wanneer teruggekeerd wordt naar een regelmatig eetpatroon, hebben de meeste (ondervoede) patiënten last van hun spijsvertering (bv. misselijkheid, krampen..), omdat het lichaam niet meer gewoon is om een normale hoeveelheid voedsel te verteren. Door de ondervoeding krimpen de ingewanden ook enigszins, en het vraagt even tijd om hun normale functionaliteit terug te krijgen. Een regelmatig eetpatroon is hiervoor het beste medicijn. Na een tweetal weken verdwijnen deze klachten doorgaans.
  • Door de ondervoeding kan de stofwisseling verstoord zijn. Hierdoor heeft het lichaam een grotere energiebehoefte, er moet dus in verhouding meer gegeten worden om bij te komen dan zonder deze verstoring. Dit kan verschillende maanden duren, en patiënten kunnen in die periode ook last hebben van zweten en het te warm hebben. De hogere calorie-inname wordt best stapsgewijs opgebouwd, en gebeurt onder begeleiding van een diëtist. 
  • Een gezond eetpatroon bestaat uit een regelmatige eetstructuur, met 3 hoofdmaaltijden en 2 à 3 tussendoortjes, met voldoende variatie, en een evenwichtige keuze van voedselgroepen. De ‘actieve voedingsdriehoek’ geeft aanwijzingen over de verhouding van voedingsmiddelen.
  • Beweging maakt deel uit van een gezonde levensstijl, maar te veel beweging, zeker zonder voldoende energie- en vochtinname, is schadelijk voor de gezondheid.

Purgeergedrag is ineffectief!

  • Bij braken en misbruik van laxeermiddelen wordt het grootste deel van het voedsel toch nog verteerd.
  • Bij gebruik van diuretica is er enkel vochtverlies, geen vetverlies.
  • Het is belangrijk dat het purgeergedrag zo snel mogelijk gestopt wordt.

Waarom is het vanuit medisch oogpunt belangrijk om te stoppen met vasten en met purgeergedrag (braken, misbruik van laxeermiddelen/diuretica)?

  • Het hart komt onder druk te staan doordat het lichaam kalium verliest. Kalium beïnvloedt de werking van de spieren, en ook het hart is een spier. 
  • Verschillende organen kunnen het moeilijk krijgen, bijvoorbeeld de nieren.
  • Ondergewicht en uitblijven van de maandstonden werken botontkalking in de hand.
  • De groei kan verstoord geraken.
  • Heel wat “kwaaltjes” kunnen ontaarden in complicaties.

Wat zijn de lichamelijke gevolgen van stoppen met purgeergedrag?

  • Meestal moeten laxeermiddelen en diuretica niet afgebouwd worden, het gebruik kan dan van de ene dag op de andere gestopt worden. Maar er zijn uitzonderingen, dus doktersadvies is nodig. 
  • Doordat het lichaam tijdens het purgeren (misbruik van laxeermiddelen/diuretica, braken) geleerd heeft om vocht vast te houden, treedt vaak een sterk oedeem op na stoppen met de middelen. Na enkele dagen tot (een tweetal) weken verdwijnt dit oedeem. Het kan helpen om niet te veel zout te eten. Sommige patiënten moeten vaak plassen, ook ‘s nachts. 
  • Bij het stoppen met laxeermiddelen kunnen constipatieklachten optreden. Ook deze zijn meestal na één à twee weken terug verdwenen. Het helpt om voldoende vezels te eten (groenten en fruit, volkoren brood), voldoende te drinken, en (matig!) te sporten.  

 

Deze informatiefiche vervangt geen medische opvolging. Raadpleeg steeds je arts!

 

De vzw Eetexpert.be heeft zicht op adressen van hulpverleners en centra waar u terecht kunt voor ambulante, dag- of residentiële behandeling. Neem contact op met s1334489450e369229495c114237888r987301418e1898661526t811803331a1711526694r1070104807i1815489690a1688365430a2049231225t1129304046@2123880863e42406641e1846403772t1275499009e937510704x1490818037p339427986e456371264r837830412t465527381.594444615b1061141760e1116458236 indien u hier naar op zoek bent.

Share: