Eetexpert

Kenniscentrum voor
eet- en gewichtsproblemen

Professionals login

Wachtwoord vergeten? Nu registreren?

Behandeling: motivering

HOE KAN IK IEMAND MET EEN EETPROBLEEM MOTIVEREN OM HULP TE ZOEKEN?

Ken je iemand met een eetprobleem? Maak je je zorgen, maar weet je niet hoe je hem/haar kan motiveren om hulp te zoeken? Hier vind je tips:

Vaak constateren ouders/partner/vrienden het eerst het eetprobleem
Bij het begin van anorexia nervosa, boulimia nervosa of een eetbuistoornis is de neiging om het probleem te ontkennen of te minimaliseren erg groot. Er is geen probleem: Iemand uit je omgeving wil een aantal kilo's afslanken, hoewel zijn/haar gewicht prima is. De ernst van de eetstoornis neemt meestal toe: vaak vullen alleen maar gedachten over eten/niet eten de gedachtenwereld. Sociale activiteiten worden afgebouwd. In de regel valt het probleem het eerst op voor de omgeving. Slechts in tweede instantie ziet de persoon in kwestie zijn/haar gestoord eetgedrag. Meestal is een lange periode van motivering nodig vooraleer hij/zij hulp toelaat. Over het algemeen is iemand met een eetstoornis ervan overtuigd er gemakkelijk alleen bovenop te komen.

Een gesprek aanknopen
De omgang met personen met een eetstoornis is vaak erg moeilijk. Hun denkpatroon wordt vaak zo beheerst door de gedachte aan (niet-) eten, hun lichaamsgewicht en lichaamsvormen, dat het de communicatie erg bemoeilijkt. Vaak zijn ze daarenboven zo bedreven in het verbergen van hun eetstoornis, of in het minimaliseren van de gevolgen, dat een open gesprek erg moeilijk blijkt.

Maak de problemen bespreekbaar. Spreek je kind/partner aan op een ogenblik dat je beiden genoeg tijd hebt. Zorg dat de omgeving voor hem/haar veilig is (zonder mogelijke komst van kinderen, ouders of vrienden). Probeer een luisterend oor te zijn, toon respect, ook al begrijp je jouw kind/partner niet (meer). Wanneer je hem/haar aanspreekt, spreek dan vanuit je eigen bezorgdheid. Vertel wat je gezien hebt en waarover je je zorgen maakt, benoem concrete zaken die niet noodzakelijk met eten of gewicht te maken hebben (bv. zich meer terugtrekken, er triestig uitzien, weinig energie hebben). Vermijd het woordje ‘eetstoornis’ omdat dit weerstand kan oproepen. Gebruik altijd ‘ik’ boodschappen in de conversatie. Druk je gevoelens en bezorgdheid uit op een niet beschuldigende manier. Luister goed naar zijn/haar reactie. Je zal misschien geneigd zijn er tegen in te gaan. Doe dat niet... Stel je in de plaats daarvan open voor vragen en luister aandachtig. In discussie treden over het feit of je kind/partner al dan niet een eetstoornis heeft, heeft geen zin. Het is eigen aan het ziektebeeld te ontkennen dat er een probleem is. Hou rekening met een geprikkelde reactie van je kind/partner. Doe dit begrijpend en zo duidelijk mogelijk. Maar, geloof je dochter/partner ook niet te vlug als hij/zij probeert de ernst van de problematiek te minimaliseren, of zegt dat het zich wel zal oplossen. Dit is juist eigen aan het eetprobleem. Sommigen hebben zo'n schrik van eten dat het zoeken naar hulp grote angsten oproept, en ze daardoor erg weigerachtig staan ten opzichte van hulp. Vaak slepen problemen jarenlang aan, wat de behandeling bemoeilijkt en de kans op volledig herstel verkleint. Herhaal datgene wat je weet, wat je gehoord hebt als antwoord en wat je grootste bezorgdheden zijn. Hou het bij het hier en nu. Maak duidelijk dat het belangrijk is dat hij/zij geholpen wordt door hulp van buitenaf. Overloop samen de mogelijkheden die er zijn om na te gaan of er al dan niet een probleem is (huisarts, gespecialiseerde psychiater, psycholoog). Hou er rekening mee dat één gesprek niet genoeg is om je kind/partner te overhalen om hulp te zoeken. Blijf geduldig en ondersteunend. Zoek samen naar een therapeut, die jullie beiden ligt. Sta zelf ook open voor advies vanuit deze hoek!

Al lijkt het moeilijk, vermijdt het praten over eten (zeker tijdens de maaltijden). Het onderwerp is immers zo beladen dat de neiging ontstaat om je kind/partner de eetstoornis te 'verwijten'. Ook voor hem/haar is het een probleem waarvoor hij/zij de kracht mist om er alleen bovenop te komen.

Bedenk dat gestoord eten een manier is om met pijnlijke gevoelens en ervaringen om te gaan. Zoek mee naar andere manieren om met deze pijn om te gaan. Wees open en eerlijk en vraag van je kind/partner om dat ook te zijn. Heb aandacht voor de hele persoon en reduceer hem/haar niet tot een eetstoornis.

Zoeken van hulp
Als je ontdekt dat je kind/partner een eetstoornis heeft, ga er dan niet te licht over. Het kan immers gaan over een ernstige aandoening met ingrijpende gevolgen.

Een afspraak met de huisarts kan voor sommigen een tussenstap zijn voor verdere hulpverlening. Daarnaast kan de huisarts ook ondersteunen bij verdere doorverwijzing.

  • Spreek er over met uw arts. De huisarts is degene die het beste de medische ernst en risico’s van het ondergewicht bij anorexia nervosa, het braken bij boulimia nervosa en het overeten bij de eetbuistoornis kan inschatten. Een bloedonderzoek bij de huisarts kan aanwijzingen geven over de 'haast' die moet genomen worden. Vraag je arts of er sprake is van levensgevaar. Bij levensbedreigende situaties zal uiteraard spoed vereist zijn.
  • Zoek een therapeut (master in de psychologie of dr. psychiater) die gespecialiseerd is in de behandeling van eetstoornissen. Vraag de therapeut hoe de behandeling er uitziet. Blijf kritisch ten aanzien van personen die beweren 'het wondermiddel' voor eetstoornissen te bezitten. Neem tijd om kennis te maken met de therapeut. Vraag een vrijblijvend kennismakingsgesprek (of een korte reeks van therapiegesprekken). Al zal dit in de regel niet kosteloos zijn, het is belangrijk dat uw kind/partner door een deskundige therapeut kan behandeld worden en met de therapeut een respectvolle vertrouwensrelatie kan opbouwen.
  • Zoek een diëtist: De diëtist helpt - aanvullend op het medische en psychologische luik - een regelmatig eetpatroon opbouwen en het lichaam geven wat het nodig heeft. Hierdoor kan het lichaam herstellen en zal de lichamelijke drang naar eetbuien afnemen (als deze voorkomen).

Zoek je een hulpverlener in je buurt? Kijk hier voor verwijshulp.


Behandeling
Accepteer dat genezen van een eetstoornis veel tijd kost, help je kind/partner om het nodige geduld op te brengen voor dat langdurige proces. Oefen geen controle uit, je bent beperkt in hetgeen je kan doen om te helpen. Bekijk samen wat je wel kan doen en wat niet. Zorg goed voor jezelf. Bewaar de nodige afstand van je partner/kind, zoek steun voor jezelf.

Belangrijk: Reduceer je kind/partner niet tot de stoornis en behoud jouw rol als moeder/vader/partner, je hoeft niet de rol van hulpverlener op jou te nemen. Blijf samen de leuke dingen doen die jullie band zo sterk maakt. Benader hem/haar zoals je dit anders ook zou doen, maak contact met de persoon die hij/zij is (in al zijn/haar interesses, kwaliteiten, hobby’s,…) en focus niet op de eetstoornis. Hierdoor kunnen jullie samen positieve ervaringen opdoen.

80 REDENEN WAAROM EEN LEVEN ZONDER EETSTOORNIS BETER IS

Deze vonden we op de website www.proud2bme.nl en wilden we jullie niet onthouden:


Waarom is leven zonder eetstoornis beter? Is een leven zonder eetstoornis wel beter? Is leven met eetstoornis niet juist heel veilig en gecontroleerd? Hoeveel punten kunnen wij noemen waarom leven zonder eetstoornis beter is: 80 in elk geval. Welke punten hebben wij nog vergeten? Noem ze en wij vullen de lijst aan!

Een leven zonder eetstoornis is beter omdat:

1. Je kan genieten van lekker eten

2. Je hebt het niet meer constant koud

3. Je tanden blijven intact en rotten niet weg

4. Je hoeft niet constant calorieën te tellen/checken

5. Je durft in het bijzijn van andere te eten

6. Meer energie (om bijv. leuke dingen te doen!)

7. Je kunt weer sociale contacten onderhouden en daar een goed gevoel van krijgen

8. Je kunt ontspannen door te sporten

9. Je hoeft geen geheimen meer met je mee te dragen

10. Je hoeft niet meer te liegen

11. Je kunt weer lachend in de spiegel kijken en ziet jezelf weer in je ogen

12. Je kunt je weer focussen op school en andere belangrijke dingen

13. Je kunt een toekomst opbouwen

14. Je kunt meer normale kleren kopen en prettig winkelen

15. Je stemming is stukken beter en je VOELT weer

16. Je hebt weer zin in het leven

17. Je hoeft je niet steeds te verantwoorden tegenover jezelf en anderen

18. Je hoeft niet meer voortdurend bang te zijn voor van alles en nog wat

19. Je piekergehalte neemt een flinke duik naar beneden

20. Je voelt je veel vrijer

21. Je hebt geen last meer van allerlei fysieke kwaaltjes zoals pijnlijke spieren, hoofdpijn,...

22. Je kan je opnieuw concentreren op dingen die mogen en kunnen en niet meer op de dingen die moeten

23. Je gaat inzien dat leven met eetstoornis juist minder veilig was en heel beperkt was/ je krijgt er oogkleppen van 

24. Je kan je meest leuke, gekke, fijne,... dromen waarmaken

25. Je kan naar een restaurant gaan zonder schuldgevoel

26. Het gewicht op de weegschaal bepaalt je humeur niet langer

27. Weg donkere gedachten, hello sunshine!

28. Je gaat de oorzaken achter jouw eetstoornis inzien en deze oplossen

29. Je kan je eindelijk verzoenen met je vrouw-zijn

30. wie weet kom je een leuke jongen/ meisje tegen die van je houdt en waarmee je een toekomst kunt opbouwen...

31. Ik ben veel leuker zonder eetstoornis, unieker

32. Je kunt eindelijk beter slapen en van je o zo verdiende nachtrust genieten!

33. Je wordt weer ongesteld en kunt lieve ieniemienie baby'tjes krijgen!

34. Als je een eetstoornis hebt en 'm ook nog hebt kunnen overwinnen, nou dan heb je wel bewezen dat je zo sterk bent, dan kun je de hele wereld aan!

35. Je organen kunnen weer goed functioneren en zijn niet in gevaar

36. Je hoeft niet meer kapot te gaan aan buikkrampen en alle andere ongemakken van pillen

37. Je kunt mooier zingen als je niet meer braakt/ Je hebt geen pijn meer in je keel

38. Je kunt weer stralen en ziet niet meer zo lijkbleek

39. Je huid wordt mooier, minder dof, gaat stralen

40. Je haar valt niet meer extreem uit, wordt weer dikker en glanzend

41. Ontlasting van je omgeving/ minder schuldgevoel naar je omgeving

42. Als je je goed voelt heeft dat ook een positieve werking op anderen/ Je bent prettiger gezelschap

43. Je kunt weer doelen en idealen bedenken voor jezelf en de toekomst

44. Je kan weer tevreden zijn met je lichaam

45. Je staat letterlijk en figuurlijk steviger in je schoenen

46. Je kunt als je zin hebt gewoon weer een lekker patatje/ ijsje halen! Zonder je schuldig te voelen.

47. Je hoeft geen uren meer overal en nergens door te brengen omdat je bang bent dat je wanneer je naar huis gaat een vreetbui krijgt

48. Je kunt beter leren op school waardoor je een leuke baan krijgt!

49. Je kunt weer met vriendinnen mee doen wanneer ze een filmavondje met bijbehorende popcorn en chips houden.

50. Je sociale contacten gaan er zo op vooruit! Waardoor je natuurlijk weer vrolijker wordt.

51. Als je op straat loopt denken mensen niet langer "oh daar heb je weer zo'n anorexiameisje"

52. Niet alleen jij, maar iedereen is blij wanneer je je eetstoornis overwint!

53. Je kunt alle verloren tijd dubbel en dwars inhalen!

54. Je durft je weer in bikini te vertonen.

55. Je ziet jezelf als waardevol en beseft hoeveel mensen iets aan jou hebben.

56. Je krijgt weer een realistisch beeld van je eigen lichaam

57. Je kan weer verliefdheidgevoelens krijgen

58. Je voelt je minder onzeker omdat je meer jezelf bent.

59. Je kan weer in de spiegel kijken

60. je kan weer reizen zonder dat je bang bent voor vreemd voedsel

61. Je hoeft je geld niet meer uit te geven aan eetbuivoedsel

62. Je hebt geen last meer van obstipatie

63. je moet niet tig pillen slikken tegen obstipatie/ angstaanvallen/ obstipatie

64. Minder last van nachtmerries en wantrouwen

65. Je kan de trap op lopen zonder zwart voor je ogen te worden

66. het scheelt TIJD (lijstjes maken, rekenen, verpakkingen checken etc..) en GELD (iedere keer als je nóg dunner bent toch maar wéér een broek kopen die wel past ;))

67. je wordt positief en vrijer benaderd dan altijd voorzichtig en alsof je zielig bent

68. je kan eindelijk denken: fuck the rest i'm the best ;)

69. een diploma halen is weer beter haalbaar

70. eindelijk weer beseffen dat het leven veel meer is dan alleen eten en beseffen en geloven dat perfecte controle over gewicht en eten niet bestaat en niet nodig is om gelukkig te zijn.

71. Je leven weer kan beheersen i.p.v. dat de eetstoornis je leven beheerst

72. Als mensen aan je vragen: 'hoe gaat het met je?' kan je eerlijk antwoorden: 'goed, het gaat goed met me'

73. Je kan weer gaan sporten omdat het fijn is, niet omdat het moet voor de kcal verbranding

74. Je hoort er meer bij

75. Je kan anderen nu écht helpen (i.p.v. anderen helpen om niet aan je eigen problemen te hoeven denken)

76. Je kan het leven gaan zien als spannende uitdaging en gevoelens die erbij horen als bijzonder i.p.v. het leven te zien als eng en voor gevoelens weg te lopen

77. Je bent niet meer afhankelijk van de hulpverlening, waardoor je zelfverzekerdheid ook groter wordt

78. Je hebt niet meer voortdurend die twee vechtende gedachtes in je hoofd

79. Je hoeft niet meer tig keer op de weegschaal te gaan staan

80. Je hoeft niet meer te compenseren als je wat lekkers hebt gegeten.

81. ........

Bron:
http://www.proud2bme.nl/De_psychologie_van.../80_redenen_waarom_een_leven_zonder_eetstoornis_beter_is


DE MOTIVATIETHEORIE VAN PROCHASKA EN DICLEMENTE

Alles begint met een goede motivatie, zo ook het veranderen van gedragspatronen zoals eten en bewegen. Maar is het daarmee opgelost? Of is motivatie iets dat kan wisselen? Prochaska en DiClemente leggen in hun Model van Verandering uit dat gewoontegedrag veranderen niet van vandaag op morgen gebeurt. Het is een lang proces waar verschillende fasen in te onderscheiden zijn. Meestal doorloopt een persoon deze fasen een aantal keer vooraleer hij 'echt' vertrokken is voor een duurzame verandering.  

 

Prochaska en DiClemente beschouwen de volgende fasen:  

  • Voorbeschouwing: de persoon heeft (nog) geen intentie om te veranderen. Hij is zich niet bewust van het probleem of ontkent dat hij een probleem heeft. De omgeving vindt meestal wel dat er een probleem is en dat verandering nodig is. Deze druk vanuit de omgeving wordt vaak wel als vervelend ervaren door de persoon.   
  • Beschouwing: in dit stadium wordt de persoon zich bewust van het probleem en overweegt wat gedragsverandering hem zou kunnen opleveren. Hij gaat de voor- en de nadelen tegen elkaar afwegen. Dit kan soms gepaard gaan met tegenstrijdige gevoelens: aan de ene kant is er inderdaad wel een probleem, maar aan de andere kant ziet de persoon ook nadelen van veranderen of zijn huidige gedrag ook enkele voordelen. Deze gevoelens wisselen elkaar af.  
  • Beslissing: op een gegeven moment weegt één van de kanten van deze ambivalentie zwaarder door en begint er zich een beslissing af te tekenen. De persoon kan besluiten om (voorlopig) niet te veranderen of om er wel iets aan te gaan doen. Indien hij besluit om zijn gedrag te veranderen, begint hij ook met het opmaken van een plan hiervoor. Hij gaat nadenken over wat hij precies wilt veranderen en op welke manier. De overgang naar actieve verandering wordt voorbereid. Een persoon kan pas in dit stadium terecht komen als hij zich bewust is van een probleem, dit ook als probleem erkent en voldoende vertrouwen heeft in zijn mogelijkheden om te veranderen.   
  • Actie: in deze fase onderneemt de persoon daadwerkelijk actie om zijn gedrag te veranderen en wordt de omgeving zich hier ook van bewust. Meestal gaat dit met vallen en opstaan.  
  • Consolidatie: de persoon probeert de verandering te behouden en het nieuwe gedrag in zijn dagelijks leven te integreren.   
  • Terugval: terugval is de terugkeer naar het oude gedragspatroon. Het maakt wezenlijk deel uit van het gedragsveranderingsproces. Het hoort erbij. De persoon hoeft niet elke keer dat hij terugvalt helemaal opnieuw te beginnen. Hij leert immers van zijn eerdere pogingen tot gedragsverandering en maakt hiervan gebruik bij een hernieuwde poging. Terugval is dus een ervaring met leermogelijkheden.  

Op dit model werden enkele kritieken geformuleerd. Zo blijkt uit de praktijk dat de stadia elkaar overlappen: de motivatie van iemand kan kenmerken van meerdere stadia bevatten. Ook blijkt dat men soms -door toedoen van omstandigheden- wel van de ene op de andere dag weet te veranderen en zo dus één of meerdere motivatiestadia overslaat. Ook kunnen onze gevoelens ons beslissingsproces danig beïnvloeden, waardoor we soms wel weten dat er een probleem is, maar bijvoorbeeld bang zijn voor verandering.

 

In het boek '8 Keys to Recovery from an Eating Disorder' van Carolyn Costin en Gwen Schubert Grabb wordt dit model verder uitgewerkt en toegepast. Zij onderscheiden 10 verschillende fases. In welke fase zit jij?

Bron: http://www.proud2bme.nl/Proud2Live/De_10_fases_van_herstel_van_je_eetstoornis?utm_campaign=intern&utm_source=nieuwsbrief&utm_medium=September

 

Fase 1. Ik vind niet dat ik een probleem heb.
Het is mijn lichaam en mijn leven, dus laat me met rust. Er zijn bovendien veel mensen een stuk dunner dan ik en ook veel mensen met meer en ernstigere problemen dan ik.

Fase 2. Ik heb misschien wel een probleem, maar het is niet zo erg.
Ik lijn af en toe gewoon een beetje en geef soms over. Ik heb bovendien geen fysieke klachten ofzo, dus het gaat gewoon goed met me.

Fase 3. Ik heb een probleem, maar het kan me niet schelen.
Ik weet dat overgeven en te weinig eten niet goed voor me is, maar het helpt me nu gewoon even dus ik vind het maakt me niet uit. Ik kan er best mee stoppen als ik dat wil, maar dat wil ik nu niet.

Fase 4. Ik wil wel veranderen, maar ik weet niet hoe en ik vind het eng.
Ik wil wel graag weer normaal kunnen eten, maar ik ben bang om dik te worden en veel aan te komen. Ik wil wel stoppen met overgeven, eetbuien, laxeren e.d. maar ik weet niet hoe en waar ik moet beginnen.

Fase 5. Ik heb geprobeerd om te veranderen, maar ik kon het niet.
Ik had mezelf beloofd dat ik niet meer zou overgeven, laxeren, te weinig eten (...), maar het ging steeds weer mis. Ik denk niet dat ik ooit echt helemaal beter kan worden, dus waarom zou ik het dan blijven proberen?

 Fase 6. Ik kan met sommige dingen wel stoppen, maar niet met alles.
Ik kan wel stoppen met overgeven, maar ik kan niet meer eten. Als ik meer eet, ga ik ook veel meer sporten, dat lukt me niet anders.

 Fase 7. Ik kan mijn gedrag stoppen, maar niet mijn gedachtes. 
Ik kan niet stoppen met denken aan eten en overgeven. Ik blijf maar kcal tellen en door mijn hoofd gaan voortdurend gedachtes rondom de wens om weer af te vallen.

Fase 8. Ik heb minder last van eetgestoord gedrag, maar soms is het er nog.
Ik voel me best goed, maar op momenten van stress zoek ik mijn toevlucht soms toch weer tot de eetstoornis. Laatst ging het gewoon best goed met me, maar toen ik een badpak aan moest doen op het strand werden er toch weer allerlei gedachtes en gedragingen van mijn eetstoornis getriggerd.

Fase 9. Ik ben vrij van eetgestoorde gedachtes en gedragingen.
Ik voel me meestal fijn in mijn lichaam en kan weer eten waar ik zin in heb. Ik voel me hier ook niet schuldig over naderhand. Toen ik een tijdje gestopt was met al het eetgestoorde gedrag, realiseerde ik me ineens dat ik ook niet meer de neiging tot of gedachtes had over dat eetgestoorde gedrag.

Fase 10. Ik ben hersteld van mijn eetstoornis.
Het gaat goed met me. Ik heb al langere tijd geen last meer van gedachtes of gedrag dat gerelateerd is aan mijn eetstoornis. Ik accepteer het natuurlijke figuur van mijn lichaam. Mijn eetstoornis is iets dat in mijn verleden ligt en wat ik heb afgesloten. 

 

Share: