Eetexpert

Kenniscentrum voor
eet- en gewichtsproblemen

Professionals login

Wachtwoord vergeten? Nu registreren?

Eet- en gewichtsproblemen: risico- en beschermende factoren

RISKANTE MOTIEVEN OM TE LIJNEN

In haar boek “Gids voor herstel van eetstoornissen” beschrijft Dr. Greta Noordenbos enkele verschillen in de motieven van vrouwen die gewoon aan de lijn doen om enkele kilo's af te vallen en motieven van vrouwen die het risico lopen om anorexia of boulimia nervosa te ontwikkelen.

Opvallend is hier dat de vrouwen die later een eetstoornis ontwikkelden niet alleen wilden afvallen, maar ook allerlei psychische en sociale doelen stelden:

Motieven van vrouwen die gewoon aan de lijn doen om enkele kilo's af te vallen

    Motieven van vrouwen die het risico lopen
    om  anorexia of boulimia nervosa te ontwikkelen

- kleren passen niet meer

- wil er een paar kilo's af

- willen van maat 44 naar maat 40

- zich fitter willen voelen

- geen pafferig gevoel meer

- slanker op vakantie

- gezondheidsmotieven

    - meer zelfvertrouwen krijgen

    - minder verlegen worden

    - meer geaccepteerd worden

    - zelfrespect krijgen

    - gelukkiger worden

    - erbij willen horen

    - controle over het lichaam


Een ander verschil tussen vrouwen die lijnen om enkele kilo's af te vallen en vrouwen die een eetstoornis ontwikkelen, is dat die laatste groep al heel snel veel extremer ging lijnen dan de eerste groep:

Verantwoord lijngedrag

Extreem lijngedrag resulterend in eetstoornis

- minder snoep en tussendoortjes

- minder vet en suiker

- minder grote porties

- meer groente en minder aardappelen of pasta

- meer fruit in plaats van snacks

- drie maaltijden en drie lichte tussendoortjes

- meer bewegen

- stellen van een streefgewicht dat past bij de
   leeftijd en lengte

- stoppen nadat het streefgewicht is bereikt


- niet geobsedeerd zijn door lijnen

- geen snoep en tussendoortjes

- geen vet en suiker meer

- hele kleine porties

- zeer weinig aardappelen, pasta en vlees

- soms alleen maar fruit en groente

- maaltijden overslaan en geen tussendoortjes

- extreem veel bewegen

- extreem laag streefgewicht voor de leeftijd en
   lengte

- streefgewicht is nooit goed genoeg, wordt altijd
   lager gesteld

- geobsedeerd door lijnen en afvallen

 

Meer hierover lees je in het boek van Greta Noordenbos (2007). Gids voor herstel van eetstoornissen. Uitgeverij de Tijdstroom.


RISICO- EN BESCHERMENDE FACTOREN BIJ DE ONTWIKKELING VAN EET- EN GEWICHTSPROBLEMEN
 

Factoren die kunnen bijdragen tot het ontstaan van een eetprobleem noemt men risicofactoren. Deze omvatten naast bepaalde persoonlijkheidskenmerken ook omgevingsfactoren. Hoe meer risicofactoren zich voordoen, hoe groter de kans op de ontwikkeling van een ernstig eetprobleem. De aanwezigheid van beschermende factoren, zowel persoonlijk als in de omgeving, zal de kans op een ernstig eetprobleem aanzienlijk doen afnemen. Voor de herkenning van een eetprobleem in een vroeg stadium is kennis van de risico- en beschermende factoren van belang. De risicofactoren voor eetproblemen kunnen, wanneer ze langdurig aanwezig blijven of uitgesproken zijn, ook aanleiding geven tot echte stoornissen. De aanwezigheid van één risicofactor hoeft niet dramatisch te zijn. Wanneer meerdere risicofactoren aanwezig zijn, wordt de kans op het ontwikkelen van problemen/stoornissen aanzienlijk groter.

               

(Bron: Eetexpert.be (2010). Herkenning en aanpak van eet- en gewichtsproblemen: Draaiboek voor het CGG. Brussel: Vlaamse gemeenschap, Ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin.)


SPECIFIEKE RISICOFACTOREN VOOR OVERGEWICHT/OBESITAS

Een aantal elementen uit de persoonlijke of familiale voorgeschiedenis maakt de kans op een ongunstige evolutie van het gewicht en complicaties groter. De klinische blik, aangevuld met deze anamnestische gegevens onderbouwen een correcte inschatting van de graad van overgewicht.

  • Eén of beide ouders zijn obees: Het hebben van obese ouders kan uitdrukking zijn van een genetische voorbeschiktheid. Dit is een prognostisch belastend gegeven.
  • Maternele diabetes tijdens de zwangerschap: Er blijkt een correlatie te bestaan tussen diabetes bij de moeder tijdens de zwangerschap, gecombineerd met een hoog geboortegewicht van het kind en het ontwikkelen van een metabool syndroom (gedefinieerd als obesitas, hypertensie, glucose-intolerantie en dyslipidemie).
  • Dysmaturiteit gevolgd door een opvallende inhaalbeweging van het gewicht, verhoogt het risico op het ontwikkelen van een metabool syndroom met insulineresistentie evoluerend naar NIDDM. Dysmaturitet kan blijken uit de vragenlijst en de groeigegevens van Kind & Gezin.
  • Overgewicht op kinderleeftijd: Het relatief risico op volwassen obesitas is sterk gestegen wanneer er overgewicht/obesitas is op kinderleeftijd.



  • Een opvallende stijging van BMI in vergelijking met de vorige meting wijst op een ongunstige trend in de gewichtsevolutie, waarschijnlijk een gevolg van het aannemen van ongunstige leefgewoonten door de ouders en/of het kind.
  • Een lage socio-economische status maakt een kind kwetsbaarder voor het ontwikkelen van overgewicht en obesitas als volwassene.
  • Een sedentaire levensstijl: Het aantal uren tv-kijken of pc-spelletjes is een maat voor het sedentarisme. Verplaatsingen naar de school en sport (al dan niet in clubverband) in de vrije tijd is een tegengewicht voor de zittende activiteiten.

(Bron: Eetexpert.be (2008). Zorg voor kinderen met eet- en gewichtsproblemen: Draaiboek vroegdetectie CLB. Brussel: Vlaamse Gemeenschap, Ministerie van Welzijn.)

Share: