Eetexpert

Kenniscentrum voor
eet- en gewichtsproblemen

Professionals login

Wachtwoord vergeten? Nu registreren?

 

Eet- en gewichtsproblemen: soorten

EETPROBLEMEN BIJ KINDEREN

Fluctuaties in de voedselinname zijn eigen aan de ontwikkeling van het jonge kind (zie ook het 'Normale ontwikkeling - Eetgedrag'). In de meeste gevallen worden de groei en de gewichtstoename van het kind hierdoor niet verstoord. Pas wanneer dit wel het geval is, spreken we van een ernstig probleem. Hier wordt een korte omschrijving gegeven van eetproblemen.

KIESKEURIG ETEN

  • Voedselweigering is problematisch als het een ernstig gelimiteerd eetpatroon betreft, met of zonder verstoring van de groei, sinds verschillende weken.
  • Voedselaversie is de afkeer van bepaalde soorten voedsel of drank. De inname ervan wordt vermeden of zelfs geweigerd, of gaat gepaard met (neiging tot) misselijkheid, braken, angst of andere ongemakken.
  • Selectief/eenzijdig eten: een veelheid aan smaken, temperaturen en texturen wordt niet geaccepteerd. Dit kan zijn oorsprong hebben in een leeftijdsgerelateerde neofobie (angst voor nieuw voedsel) waar inadequaat werd mee omgegaan, of in het temperament van het kind. Indien het selectieve eetpatroon aanhoudt gedurende minstens twee jaar, spreekt met van een voedings- of eetstoornis (zie verder).


TE VEEL ETEN

  • Objectief overeten: het kind eet te veel in vergelijking met wat anderen van dezelfde leeftijd/sekse eten, ofwel bij maaltijden ofwel tussendoor. Objectieve eetbuien: dit is een variant van het vorige waarbij tijdens het eten controleverlies optreedt (niet kunnen stoppen).
  • Subjectief overeten: ouder of kind rapporteert dat het kind teveel eet, maar in feite is dat niet het geval in vergelijking met wat anderen van dezelfde leeftijd/sekse eten, ofwel bij maaltijden ofwel tussendoor.
  • Subjectieve eetbuien: ouder of kind rapporteert dat het kind controleverlies vertoont tijdens het eten (moeite om te stoppen), maar het eet niet echt teveel, bijvoorbeeld omdat de ouder dit niet toelaat.


TE FREQUENT ETEN

Als gezond eetpatroon wordt aanbevolen: 3 hoofdmaaltijden per dag en 2 à 3 tussendoortjes. Frequenter eten, tussen de maaltijden door, zal er vaak toe leiden dat de eetlust vermindert, zodat er minder gegeten wordt tijdens de hoofdmaaltijd. Omdat dit meestal de gelegenheid is waarop groenten en fruit worden aangeboden, zal tussendoor eten ten nadele van een gezond voedingsaanbod zijn. Kinderen drinken bovendien geregeld tussendoor frisdrank en gesuikerde melkdranken, wat ook zal leiden tot vermindering van de eetlust.


TE SNEL OF TE TRAAG ETEN

Te snel of te traag eten is relatief. Wanneer het kind en de ouders hiervan zelf geen hinder ondervinden, is er eigenlijk geen probleem.

  • Te snel eten kan echter leiden tot digestieve ongemakken of tot zich overeten, aangezien het een twintigtal minuten duurt vooraleer het verzadigingssignaal optreedt. Te snel eten kan ook kaderen binnen een eetbui en dus een signaal zijn van een eetprobleem.
  • Te traag eten kan teken zijn van verschillende, al dan niet ernstige eetproblemen. Algemeen kan men stellen dat een maaltijd niet langer mag duren dan 30 minuten. Wanneer het te traag eten sporadisch voorkomt, is het waarschijnlijk eerder een kwestie van „niet-lusten‟. Bij een kind dat systematisch te traag eet kan men denken aan voedselweigering, een eetstoornis type anorexia nervosa of fysieke problemen met eten zoals slikproblemen.


TE VEEL SNOEPEN
 

Met snoepen bedoelen we het eten of drinken van voedingsmiddelen die men lekker vindt, maar die behoren tot de restgroep van de voedingsdriehoek en dus niet noodzakelijk zijn voor een gezonde voeding (chocolade, koeken, cola, chips…). Snoepen mag met mate. Voor kinderen is het een goede gewoonte om snoepen enkel toe te laten in bepaalde situaties of in bijzondere omstandigheden, zoals in het weekend of op een feestje. Het is dus niet eenduidig vast te leggen wanneer iemand te veel snoept. Men zou kunnen stellen dat wanneer de eetlust erdoor vermindert, er sprake is van te veel snoepen. Dit kan uiteraard ook leiden tot gewichtstoename.


ANDERE EETPROBLEMEN

  • Kauwen en spugen: voedsel wordt gekauwd en geproefd, maar daarna uitgespuugd en dus niet doorgeslikt.
  • Slikangst: vermijden van het inslikken van bepaald voedsel of drank, meestal uit angst voor verslikken en/of verstikken (slik/stikfobie).
  • Regurgitatie: onvrijwillig teruggeven en uitspugen van ingeslikt voedsel; er grijpt een spontane terugvloei (reflux) plaats van de maaginhoud in de slokdarm, zonder gevoel van misselijkheid.
  • Ruminatie: half verteerd voedsel wordt zonder inspanning uit de maag naar boven gewerkt, herkauwd en weer ingeslikt.


STOREND TAFELGEDRAG

Niet aan tafel willen zitten, gooien met eten, eten nemen van anderen, heel kwaad worden tijdens het eten, zeer slordig eten (voor de leeftijd), spelen met eten,…zijn voorbeelden van storend tafelgedrag. Vaak komt dit gedrag niet geïsoleerd voor, maar kadert het in een bredere opvoedingsproblematiek.


(Bron: Eetexpert.be (2008). Zorg voor kinderen met eet- en gewichtsproblemen: Draaiboek vroegdetectie CLB. Brussel: Vlaamse gemeenschap, Ministerie van Welzijn.)


EETSTOORNISSEN BIJ KINDEREN TOT 12 JAAR

Fluctuaties in de voedselinname zijn eigen aan de ontwikkeling van het jonge kind. In de meeste gevallen worden de groei en de gewichtstoename van het kind hierdoor niet verstoord. Pas wanneer dit wel het geval kan zijn, spreken we van een eetprobleem. Zodra het abnormale eten de gezondheid kan verstoren en een op zichzelf staande problematiek vormt en dus geen teken of symptoom van een andere stoornis of aandoening is, spreken we van een eetstoornis.

De DSM-5 definieert volgende eetstoornissen die voornamelijk op kinderleeftijd gediagnosticeerd worden:

PICA

  • Het aanhoudend eten van niet-eetbare substanties gedurende minstens een maand.
  • Dit gedrag past niet binnen het ontwikkelingsniveau van het individu.
  • Het gedrag maakt geen deel uit van culturele of sociale gebruiken.
  • Wanneer het gedrag samen voorkomt met andere mentale stoornissen (bv. ASS) of medische condities (bv. zwangerschap), is het ernstig genoeg om aparte klinische aandacht te vereisen.
  • Noot: Pica komt voor in combinatie met mentale stoornissen die geassocieerd zijn met beperkingen in het functioneren.

RUMINATIESTOORNIS 

  • Herhaaldelijke regurgitatie van voedsel gedurende minstens een maand. Het geregurgiteerde voedsel kan herkauwd, doorgeslikt, of uitgespuwd worden.
  • De herhaaldelijke regurgitatie is niet het gevolg van een gastrointestinale of medische aandoening (bv. gastro-oesofagale reflux).
  • Het gedrag past niet uitsluitend binnen het verloop van Anorexia Nervosa, Boulimia Nervosa, de Eetbuistoornis, of de Vermijdende/restrictieve voedselinnamestoornis.
  • Wanneer het gedrag samen voorkomt met een andere mentale stoornis (bv. intellectuele ontwikkelingsstoornis), is het ernstig genoeg om aparte klinische aandacht te vereisen.

VERMIJDENDE/RESTRICTIEVE VOEDSELINNAMESTOORNIS
Deze stoornis was voordien de ‘voedingsstoornis tijdens de zuigelingenleeftijd of vroege kindertijd’. De criteria werden uitgebreid, en ook volwassenen kunnen deze diagnose krijgen. 

  • Een eet- of voedingsstoornis gekenmerkt door een aanhoudend falen om tegemoet te komen aan de gepaste nutritionele en/of energetische noden,  geassocieerd met één (of meer) van de volgende:
    • Significant gewichtsverlies (of het niet bereiken van de verwachte gewichtstoename of verstoorde groei bij kinderen)
    • Significante nutritionele tekorten
    • Afhankelijkheid van sondevoeding of orale voedingssupplementen
  • Duidelijke interferentie met psychosociaal functioneren
  • Het gedrag wordt niet verklaard door een gebrek aan beschikbare voeding of door een culturele strafprocedure.
  • Het gedrag vindt niet exclusief plaats binnen het verloop van Anorexia Nervosa of Boulimia Nervosa, en er is geen aanwijzing van een verstoorde beleving van het eigen lichaamsgewicht of de lichaamsvormen. 
  • De eetstoornis is niet te wijten aan een medische aandoening, of kan beter verklaard worden door een ander mentaal gezondheidsprobleem. Wanneer deze samen voorkomt met een andere aandoening/stoornis, is het gedrag ernstiger dan verwacht, en vereist het afzonderlijke klinische aandacht.

Daarnaast bestaat ook de diagnose ONGESPECIFICEERDE VOEDINGS- OF EETSTOORNIS als algemene diagnostische categorie wanneer er onvoldoende informatie is om tot een betere diagnose te komen. 


Bron: Eetexpert.be (2010). Herkenning en aanpak van eet- en gewichtsproblemen: Draaiboek voor het CGG. Brussel: Vlaamse Gemeenschap, Ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin. 


EETSTOORNISSEN BIJ JONGEREN EN VOLWASSENEN

In principe kan gesproken worden van een eetstoornis bij jongeren en volwassenen wanneer zij in gedachten en gedrag voortdurend bezig zijn met wat ze eten, met hun eigen gewicht of lichamelijk voorkomen. Het afwijkend eetgedrag is wel het meest opvallende kenmerk (hoewel niet steeds observeerbaar), maar mag geen gevolg zijn van een lichamelijke aandoening of een psychose.

De eetstoornissen (volgens DSM-5) die vooral bij jongeren en volwassenen gediagnosticeerd worden, zijn anorexia nervosa, boulimia nervosa en de eetbuistoornis.Daarnaast is er ook de categorie 'andere specifieke eetstoornissen' voor eetstoornissen die een deel van de kenmerken van voorgaande diagnoses hebben. Een persoon kan in de loop van de tijd evolueren van het ene naar een ander type eetstoornis, maar de basisproblematiek blijft dezelfde ook al veranderen de uiterlijke kenmerken. Eetstoornissen moeten dan ook als een samenhangend geheel worden beschouwd: we spreken daarom van een spectrum van eetstoornissen. Hieronder volgt een vrije vertaling van de DSM-5 categorieën:

ANOREXIA NERVOSA

  • Beperking van de energie-inname volgens behoefte die leidt tot een opmerkelijke laag lichaamsgewicht gezien de lengte, leeftijd, sekse, ontwikkelingstraject, en lichamelijke gezondheid. Een opmerkelijk laag gewicht wordt gedefinieerd als een gewicht dat lager is dan wat minimaal normaal is, of bij kinderen en adolescenten lager dan wat minimaal verwacht mag worden.
  • Intense angst om aan te komen in gewicht en om dik te worden, of aanhoudend gedrag om toename van gewicht te voorkomen, zelfs bij een opmerkelijk laag gewicht.
  • Verstoring van de wijze waarop het lichaamsgewicht of het figuur wordt ervaren, onevenredig grote invloed van het gewicht of het figuur op de zelfwaardering, of een aanhoudend gebrek aan inzicht in de ernst van het lage lichaamsgewicht.

Er worden 2 types onderscheiden, namelijk het eetbuien/purgerende type, waarbij er sprake is van eetbuien en purgeergedrag (bv. zelfopgewekt braken, misbruik van laxeermiddelen) en het restrictieve type, waarbij eetbuien en purgeergedrag niet voorkwamen de voorbije 3 maanden, en het ondergewicht voornamelijk gecreëerd wordt door diëten, vasten en overmatige lichaamsbeweging. 

De ernst van Anorexia Nervosa wordt bepaald door de BMI. Wanneer er geen extreem gewichtsverlies is, maar de andere symptomen wel aanwezig zijn, wordt gesproken van a-typische Anorexia Nervosa. Deze stoornis valt onder de categorie ‘andere specifieke eetstoornissen’ (zie verder).

BOULIMIA NERVOSA

  • Terugkerende episode van eetbuien. Een eetbui wordt gekenmerkt door de volgende twee kenmerken:
    • (1) Eten in een afgebakende periode (bijvoorbeeld 2 uur) van een hoeveelheid voedsel die beslist groter is dan wat de meeste mensen zouden eten gedurende dezelfde tijd onder dezelfde omstandigheden.
    • (2) Een gevoel van gebrek aan controle over het eten gedurende die episode (bijvoorbeeld een gevoel dat men niet kan stoppen met eten; geen controle over wat of hoeveel men eet).
  • Terugkerend ongepast compensatiegedrag om gewichtstoename te voorkomen, zoals zelf opgewekt braken, misbruik van laxeermiddelen, diuretica, of andere medicatie, vasten, of excessief bewegen.
  • De eetbui en het ongepaste compensatiegedrag komen allebei gemiddeld één keer per week voor in de laatste drie maanden.
  • De zelfwaardering wordt onevenredig sterk beïnvloed door het figuur en het gewicht.
  • De verstoring vindt niet alleen plaats gedurende episodes van Anorexia Nervosa.

De ernst van de Boulimia Nervosa wordt bepaald door de frequentie van het compensatiegedrag. Wanneer eetbuien zich minder frequent of minder langdurig voordoen, maar de andere symptomen wel aanwezig zijn, wordt gesproken van subklinische Boulimia Nervosa of Boulimia Nervosa met lage frequentie en/of van beperkte duur.  Wanneer de persoon enkele purgeergedrag vertoont en geen eetbuien heeft, wordt gesproken van een Purgeerstoornis. Deze stoornissen vallen onder de categorie ‘andere specifieke eetstoornissen’ (zie verder).

EETBUISTOORNIS

  • Herhaalde episodes van eetbuien. Een eetbui wordt gekenmerkt door de volgende kenmerken:
    • (1) Eten in een afgebakende periode (bijvoorbeeld binnen twee uur), van een hoeveelheid voedsel die beslist groter is dan wat de meeste mensen zouden eten gedurende die periode in dezelfde omstandigheden.
    • (2) Een gevoel van gebrek aan controle over het eten gedurende een eetbui (bijvoorbeeld een gevoel dat men niet kan stoppen met eten of controleren hoeveel men eet).
  • Een eetbui wordt gekenmerkt door de volgende drie (of meer) kenmerken:
      • 1. veel sneller eten dan gebruikelijk
      • 2. eten tot men zich onaangenaam vol voelt
      • 3. eten van een grote hoeveelheid voedsel terwijl men lichamelijk geen honger heeft
      • 4. alleen eten omdat men zich schaamt over hoeveel men eet
      • 5. na afloop van de eetbui voelt men zich walgelijk, depressief of schuldig
  • Het hebben van eetbuien gaat gepaard met sterke gevoelens van stress.
  • De eetbui vindt gemiddeld 1 keer per week plaats gedurende drie maanden.
  • De eetbui wordt niet gevolgd door terugkerend ongepast compenserend gedrag (bij voorbeeld zelf opgewerkt braken, vasten, extreem veel bewegen) en gebeurt niet exclusief gedurende de periode van Anorexia Nervosa, Boulimia Nervosa of een Vermijdende/restrictieve voedselinnamestoornis.

De ernst van de Eetbuistoornis wordt bepaald door de frequentie van de eetbuien. Wanneer eetbuien zich minder frequent of minder langdurig voordoen, maar de andere symptomen wel aanwezig zijn, wordt gesproken van subklinische Eetbuistoornis of Eetbuistoornis met lage frequentie en/of van beperkte duur. Wanneer de eetbuien enkel plaatsvinden bij het ’s nachts wakker worden, wordt gesproken van Nachtelijk eetsyndroom (‘Night Eating syndrome’). Deze stoornissen vallen onder de categorie ‘andere specifieke eetstoornissen’ (zie volgende).

ANDERE SPECIFIEKE EETSTOORNISSEN
A-typische Anorexia Nervosa, Boulimia Nervosa met lage frequentie en/of van beperkte duur,  Purgeerstoornis, Eetbuistoornis met lage frequentie  en/of van beperkte duur en Nachtelijk eetsyndroom vallen onder de categorie ‘andere specifieke eetstoornissen’. Ze worden gekenmerkt door een deel van de symptomen van Anorexia Nervosa, Boulimia Nervosa of de Eetbuistoornis, en werden vroeger geplaatst binnen de categorie ‘Eetstoornis Niet Anderszins Omschreven’.  

Daarnaast bestaat ook de diagnose ONGESPECIFICEERDE VOEDINGS- OF EETSTOORNIS als algemene diagnostische categorie wanneer er onvoldoende informatie is om tot een betere diagnose te komen.



GEWICHTSPROBLEMEN

Een gezond gewicht wil zeggen dat er geen gezondheidsproblemen te verwachten zijn die enkel veroorzaakt worden door het gewicht. Kwantitatief is een gewicht normaal te noemen zolang het niet te sterk afwijkt van de verwachte normen volgens ontwikkeling met in achtneming van sekse en leeftijd.


Volwassenen:

Bij volwassenen wordt gebruik gemaakt van de Body Mass Index (BMI) om te kunnen beoordelen of een bepaald gewicht normaal is voor een bepaald persoon. De BMI is een evaluatie van het gewicht in verhouding tot de lengte. We moeten er wel rekening mee houden dat verschillende factoren het gewicht kunnen beïnvloeden, zoals botstructuur en spiermassa, zodat een relatief hogere BMI niet automatisch betekent dat men te zwaar zou zijn. En anderzijds is een eerder tengere lichaamsbouw door aanleg mogelijk, waardoor een lage BMI niet automatisch problematisch ondergewicht betekent. Een BMI geeft ook geen aanduiding over het vetgehalte of de vetverdeling.

                              
BMI = gewicht (kg)/ [lengte (m) x lengte (m)] = … kg/m²


Vaak worden de termen overgewicht en obesitas (zwaarlijvigheid) door elkaar gebruikt. Overgewicht verwijst naar een relatief teveel aan gewicht ten opzichte van de lengte, ongeacht de samenstelling (beenderen, spieren, vet) van dit overgewicht. Bij obesitas (zwaarlijvigheid) gaat het teveel aan gewicht gepaard met een toestand van overtollige vetopstapeling. (Bron: Eetexpert.be (2010). Herkenning en aanpak van eet- en gewichtsproblemen: Draaiboek voor het CGG. Brussel: Vlaamse Gemeenschap, Ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin.)

Ook uw middelomtrek bepaalt uw gezondheidsrisico. Overgewicht ter hoogte van de buik verhoogt het risico op hartkwalen, suikerziekte, hoge bloeddruk en stoornissen in de vethuishouding. Boven een BMI van 35 is de middelomtrek een minder bepalende factor. De middelomtrek meet je het best horizontaal op niveau van de heupkammen (zie figuur).

Naargelang uw BMI en middelomtrek behoort u volgens de Wereldgezondheidsorganisatie tot een bepaalde categorie:


Kinderen en jongeren:


De volwassen grenswaarden mogen niet worden toegepast voor kinderen en jongeren onder de 18 jaar. Bij hen moet men gebruik maken van leeftijds- en geslachtsspecifieke referentiecurven van de BMI ('groeicurven'):

  • Groeicurve jongens: 

  • Groeicurve meisjes: 

  • Vergelijkende tabellen volgens kalenderleeftijd: 

PREGOREXIA - EETSTOORNISSEN TIJDENS DE ZWANGERSCHAP

In de populaire media is er soms sprake van een nieuwe eetstoornis: „pregorexia‟. Het is een niet-wetenschappelijke omschrijving van een vorm van anorexia nervosa bij zwangere vrouwen. Deze vrouwen doen er alles aan om tijdens de zwangerschap zo weinig mogelijk bij te komen en na de bevalling binnen de kortste keren weer superslank te worden. Hun voorbeelden zijn enkele beroemdheden die er prat op gaan dat hun zwangerschap nauwelijks zichtbaar is. Ze beweren dat ze dit kunnen waarmaken door ook tijdens de zwangerschap te lijnen en veel te sporten. Bovendien pronken ze al enkele weken na de bevalling opnieuw met een strakke buik. Ze prijzen hun gedrag zelf aan bij andere vrouwen door bijvoorbeeld reclame te maken voor de fitnesstoestellen die hen geholpen hebben om dit te realiseren.

Artsen waarschuwen ervoor dat een streng dieet volgen of te veel sporten tijdens een zwangerschap schadelijk kan zijn voor moeder en kind. Het andere uiterste, zich niet bekommeren over de gewichtstoename tijdens de zwangerschap, is evenmin gewenst. Vrouwen met een te lage BMI voor de zwangerschap lopen meer kans op tekorten wat een goed verloop van de zwangerschap kan belemmeren. Heel wat vrouwen komen nauwelijks bij tijdens de eerste drie maanden van de zwangerschap. Sommigen verliezen zelfs gewicht, bijvoorbeeld omdat ze als gevolg van misselijkheid weinig kunnen eten of veel braken. Zolang het gewichtsverlies beperkt blijft, hoeft dit in deze fase van de zwangerschap geen probleem te vormen. Na de eerste drie maanden ervaren de meeste vrouwen minder misselijkheid waardoor ze opnieuw meer kunnen eten en in gewicht toenemen. Voor de ontwikkeling van het kind is dit ook wenselijk.

Een eetstoornis voor de zwangerschap kan gevolgen hebben voor de vruchtbaarheid en zorgen voor een lage BMI bij de start van de zwangerschap. Vrouwen met een geschiedenis van een eetstoornis blijken kwetsbaarder voor depressies tijdens en na de zwangerschap. Een „oude‟ eetstoornis kan weer opflakkeren tijdens een zwangerschap, maar het is ook bekend dat een zwangerschap ook kan bijdragen tot een remissie van een bestaande eetstoornis. Algemeen wordt aanbevolen dat een eetstoornis voldoende onder controle moet zijn voor men een kinderwens wil realiseren.

Bovenstaande tekst is verschenen in onze Nieuwsbrief, nummer 12, juni 2010.


OVERGEWICHT TIJDENS DE ZWANGERSCHAP

Steeds meer vrouwen hebben te kampen met overgewicht nog voor ze aan hun zwangerschap beginnen. In een studiedag op 4 februari 2010 kijkt de Dienst Verloskunde-Gynaecologie van de KULeuven naar de problemen die overgewicht creëert voor moeder en kind én naar mogelijke oplossingen.

‘We merken al een aantal jaren dat de zwangere vrouwen elk jaar weer wat zwaarder zijn, dat ze ook meer bijkomen tijdens de zwangerschap en minder kilo’s weer kwijtraken na de bevalling,’ vertelt professor Devlieger, coördinator van de studiedag. ‘Concreet komt het erop neer dat ongeveer een vierde van de zwangeren op dit moment last heeft van overgewicht of obesitas. Dat heeft te maken met het feit dat de algemene populatie zwaarder wordt en met het feit dat de leeftijd van vrouwen voor de eerste zwangerschap nog altijd opschuift. Vrouwen zijn nu gemiddeld negenentwintig of dertig tijdens hun eerste zwangerschap. Hoe ouder je bent, hoe zwaarder je ook bent.

Tijdens een zwangerschap word je normaal zo’n twaalf tot zestien kilo zwaarder. Drieënhalve kilo daarvan gaat naar de baby, de placenta en het vruchtwater wegen elk een kilo, de rest van het gewicht bestaat uit het bloedvolume dat toeneemt en uit vetweefsel, opgebouwd om borstvoeding te kunnen geven. Maar wat vaak vergeten wordt, is dat vrouwen met overgewicht minder horen aan te komen tijdens een zwangerschap,’ weet Isabelle Guelinckx, die doctoreert rond obesitas en zwangerschap. ‘Zij zouden eigenlijk maar zeven tot elf kilo mogen bijkomen, terwijl dat vaak zo’n vijftien kilo is. Vrouwen met obesitas worden meestal wel gestimuleerd door de gynaecoloog om maar een vijftal kilo aan te komen tijdens de zwangerschap. Maar bij vrouwen die last hebben van overgewicht wordt vaak veel minder aandacht besteed aan het feit dat zij beter niet te veel bijkomen.’

Eten voor twee
Ten onrechte, want we zien dat bij zwaarlijvige vrouwen elke stap in de zwangerschap moeilijker verloopt. Ze raken minder makkelijk zwanger omdat hun hormonen vaak in de war zijn, ze hebben meer kans op miskramen en afwijkingen die op echo’s ook weer moeilijker te detecteren zijn. Ook zwangerschapsdiabetes, een te hoge bloeddruk en keizersneden komen veel vaker voor. Deze vrouwen geven bovendien minder vaak borstvoeding terwijl dat net een heel goede manier is om weer op gewicht te komen. Ze hebben ook een grote kans om zwaarlijvige kinderen te krijgen, hun baby’s hebben vaak een gewicht van meer dan vier kilogram, waardoor je in een vicieuze cirkel terechtkomt.

Medicatie biedt weinig soelaas. ‘Er bestaat eigenlijk geen effectieve medicatie tegen obesitas en de medicatie die er is, is vaak niet geschikt voor zwangere vrouwen,’ weet professor Verhaeghe. ‘Er wordt veel gebruik gemaakt van insuline voor suikerproblemen, omdat dit niet langs de placenta passeert. Maar de vrouwen gaan zich vaak slechter voelen als hun bloedsuikerspiegel daalt en gaan daarom meer eten, wat het probleem natuurlijk niet oplost.’ Ook vrouwen die hun zwaarlijvigheid met een operatie aanpakten, kunnen risico’s lopen tijdens een zwangerschap. Soms is het kiezen tussen twee kwaden ‘Een vrouw van 120 kilo die zwanger wordt, loopt veel kans op complicaties. Maar de operatie om het overgewicht tegen te gaan kan bij een zwangerschap ook weer complicaties met zich meebrengen,’ weet professor Hanssens. ‘Het grote probleem bij dit soort operaties is malabsorptie, wat onder andere zorgt voor een tekort aan vitaminen. Het gaat dan vooral om een tekort aan vitamine K, dat kan zorgen voor hersenbeschadiging bij de foetus. Sommige problemen kunnen al voor een stuk vermeden worden door bewust na te denken bij het soort operatie dat men kiest. Er zijn operaties waarbij eigenlijk een soort ‘omweg’ wordt gemaakt, zodat bepaalde voedingsstoffen niet meer worden opgenomen. Die zijn uiteraard risicovoller dan een maagverkleining, waarbij nog wel alle voedingsstoffen kunnen worden opgenomen.’

Andere levensstijl
Het enige wat werkelijk helpt, is een drastische verandering van levensstijl. ‘De vele kilo’s komen er vooral door slechte voedingsgewoonten,’ vertelt professor Devlieger. ‘Obese mensen volgen zelden het optimale mediterrane dieet. Ze eten teveel calorieën, teveel suikers en teveel onverzadigde vetten. Daarnaast consumeren ze te weinig groenten en melkproducten. In de volksmond wordt er vaak gezegd dat je tijdens een zwangerschap voor twee moet eten. Je moet inderdaad rekening houden met je foetus bij de voedingsstoffen die je kiest. Maar dat betekent niet dat je dubbel zoveel moet gaan eten. Vrouwen redeneren ook vaak: ik kom nu toch bij, dan kan ik me al even goed laten gaan, maar dat is natuurlijk helemaal niet waar. En zelfs al ben je van goede wil, de negen maanden van je zwangerschap zijn eigenlijk te kort om je voedingsgewoonten echt te veranderen en daar ook al de impact van te ervaren. Eigenlijk zouden vrouwen al voor de zwangerschap daarmee moeten beginnen. Idealiter wordt er in het laatste jaar van het middelbaar een les voedingsgewoonten gegeven die hier op ingaat.’ ‘Bovendien wordt zwangere vrouwen vaak gezegd dat ze veel moeten rusten, terwijl dat helemaal niet waar is. Ze moeten wel bewegen,’ vult professor Verhaeghe aan. ‘Natuurlijk moet je niet blijven skiën of kickboksen, maar zwemmen en fietsen kan perfect en is zelfs nodig. Het zorgt dat je fitter bent waardoor de bevalling makkelijker verloopt, je hebt minder stress en je komt minder aan. Gelijk met roken is dit eigenlijk het tweede actiepunt waar we echt op hameren: vrouwen moeten bewuster en gezonder eten én meer bewegen. Anders gaan ze de toekomst van hun kind voor een stuk hypothekeren.’

Bron: Campuskrant KUL (december 2009): http://nieuws.kuleuven.be/node/7318

Bovenstaande tekst is verschenen in onze Nieuwsbrief, nummer 10, januari 2010.


DOSSIER DIK EN DUN

Tieners kicken op een snelle snack van de Mac. Het ontbijt is passé, gezonde tussendoortjes zijn taboe, pubers willen geen appel of peer meer. Wel Mars en Twix, chips en cola, pakje friet of Pizza Hut. Maar wordt onze jeugd zo niet vreselijk vet? Een interview met Ilse Ulens, voedingsdeskundige, over wat er zoal mis kan lopen, wanneer iets een probleem wordt en hoe dit te voorkomen. Verschenen in Botsing, nummer 19 winter 2003-2004

Lees hier het volledige interview:


NIMH FACTSHEET EATING DISORDERS

Het National Institue of Mental Health heeft een brochure uitgegeven die de symptomen, oorzaken en behandeling van eetstoornissen beschrijft. Je kan deze downloaden op de volgende website:
http://www.nimh.nih.gov/health/publications/eating-disorders/complete-index.shtml

 
EETGEWOONTEN EN EETSTOORNISSEN IN HISTORISCH PERSPECTIEF

In deze RoSa-factsheet wordt de historische evolutie belicht van de manier waarop in de vorige eeuwen aangekeken werd tegen verstoorde
eetpatronen en hoe de medische wetenschap geleidelijk kwam tot de definitie van anorexia nervosa en boulimia nervosa.

Bekijk de factsheet hier: http://www.rosadoc.be/pdf/factsheets/nr44.pdf

Share: