Eetexpert

Kenniscentrum voor
eet- en gewichtsproblemen

Professionals login

Wachtwoord vergeten? Nu registreren?

Vraag en antwoord 

 

 

Zit jij met een vraag over eetstoornissen of gewichtsproblemen? Hier vind je antwoorden op algemene en specifieke vragen. Ze zijn geordend op thema. Jouw vraag staat er niet bij? Mail ons je vraag via secretariaat@eetexpert.be 

 

 

 

Algemeen

 

 

Wat is het verschil tussen een eetprobleem en een eetstoornis?

Bij kinderen:

- We spreken van een eetprobleem wanneer de groei en/of gewichtstoename verstoort raakt door afwijkend eetgedrag. Echter, bij kinderen zijn fluctuaties in de voedselinname normaal tijdens de ontwikkeling. Meestal verstoren deze flucturaties de groei en gewichtstoename van het kind niet. 

- We spreken van een eetstoornis wanneer het abnormale eetgedrag de gezondheid verstoort en een op zich staande problematiek vormt (geen symptoom van een andere stoornis).

Bij jongeren en volwassenen:

- We spreken van een eetstoornis bij jongeren en volwassenen wanneer zij in gedachten en gedrag voortdurend bezig zijn met wat ze eten, met hun eigen gewicht of lichamelijk voorkomen. Het afwijkend eetgedrag is hierbij het meest opvallende kenmerk (niet steeds observeerbaar), maar mag geen gevolg zijn van een lichamelijke aandoening of een psychose.

 

Wat zijn de meest voorkomende eetstoornissen?

Klassiek onderscheiden we drie categorieën van eetstoornissen: 

  • - anorexia nervosa (AN)
  • - boulimia nervosa (BN) 
  • - eetbuistoornis (BED of “binge eating disorder”)

 Er zijn ook nog een aantal andere DSM-diagnoses, zoals “vermijdende/restrictieve voedselinnamestoornis”, en “andere typische eetstoornis”.

 In België ontwikkelt naar schatting 1% van de volwassenen ooit anorexia nervosa, 1% boulimia nervosa en 1,5% een eetbuistoornis. De eetbuistoornis komt dus het vaakst voor. Uitgebreide prevalentiecijfers vind je op onze website. De leeftijd waarop de eetstoornis meestal begint, verschilt per categorie. AN ontwikkelt zich typisch in de vroege adolescentie, BN in de late adolescentie, en BED in de (jong)volwassenheid.

 

Wat kan je als ouder doen als je kind eetbuien heet?

 Toon in de eerste plaats begrip en sta ervoor open om het schaamtegevoel van het kind niet te versterken. Schakel de hulp van een deskundige hulpverlener in en ga op zoek naar tekens van eetbuien (lege papiertjes, verdwijnen van grote hoeveelheden voedsel uit de kast). Eet rustig in familieverband

 

 Wat zijn de kenmerken van een eetstoornis?

Een eetstoornis heeft verschillende componenten. Verstoord eetgedrag staat centraal, maar daarnaast zien we ook een impact op fysiek en psychosociaal welzijn. Meestal is er een negatief lichaamsbeeld, een wens om slank te zijn en is gewicht erg belangrijk in de zelfevaluatie. Personen met een eetstoornis kunnen zich meer en meer gaan terugtrekken van sociale activiteiten.  Ook kan er door het eetprobleem een gewichtsprobleem ontstaan (zowel over- als ondergewicht zijn mogelijk). Daarnaast kunnen er medische complicaties optreden door ondervoeding, purgeergedrag en/of eetbuien.

  

Hoe vaak komt obesitas voor? 

Ongeveer de helft van de Belgen weegt te veel: ongeveer 1/3 heeft overgewicht (meer mannen) en 1/6 obesitas (evenveel mannen als vrouwen). De huisarts stelt dit vast met de BMI score.

Ongeveer 1 op 5 Vlaamse jongeren weegt te veel: 16% heeft overgewicht en 5% obesitas (evenveel jongens als meisjes). Bij kinderen en jongeren stelt de huisarts overgewicht of obesitas vast met groeicurves. Omdat zij nog niet volgroeid zijn, zijn de BMI-grenzen anders vóór de leeftijd van 18 jaar. De huisarts bekijkt per individu of de verhouding van gewicht en lengte normaal zijn voor hun leeftijd.

 

Is een eetstoornis genetisch bepaald?

Zoals bij de meeste stoornissen is er een samenwerking tussen persoonskenmerken en omgevingskenmerken in de ontwikkeling, tussen kwetsbaarheden (die deels genetisch kunnen zijn) en stressoren uit de omgeving. Een eetstoornis is dus niet genetisch bepaald. Er kan genetisch wel een bepaalde kwetsbaarheid of gevoeligheid zijn. 

 

Wat is het verschil tussen eetstoornissen bij mannen en vrouwen?

 Er zijn weinig verschillen. Het lijkt er wel op dat compensatiegedrag bij mannen zich vaker uit in extreem sporten. Lichaamsontevredenheid bij jongens/mannen gaat vaak over gespierder willen zijn, en dat vertaalt zich ook in de symptomen van de eetstoornis. Maar dezelfde diagnoses komen voor bij mannen en vrouwen, en dezelfde risicofactoren spelen een rol. In verhouding is er wel veel meer wetenschappelijk onderzoek naar eetstoornissen bij meisjes en vrouwen (een steekproef van een studie bestaat vaak enkel of grotendeels uit meisjes), waardoor vergelijkingsmateriaal beperkt is. Er is zeker nood aan meer onderzoek bij jongens en mannen, en dit kan misschien in de toekomst verschillen blootleggen die we nu nog niet kennen.

 Daarbij zijn er ook geslachtsverschillen per eetstoornis. Zo komen AN en BN ongeveer 10 keer vaker voor bij meisjes. Maar de eetbuistoornis komt ongeveer dubbel zo vaak voor bij meisjes als bij jongens. Het geslachtsverschil is bij de eetbuistoornis dus veel minder groot.

Ook zien we bij kinderen met een eetprobleem (bv. AN met een vroege aanvangsleeftijd) niet zo’n opvallend verschil tussen jongens en meisjes.

 

Ik ben te mager maar heb geen eetstoornis?

Wanneer je in een groeiperiode zit, kan je snel groeien terwijl je gewicht nog even achterop blijft. Maar na enige tijd moet je gewicht ook omhoog. Anders zal je groei afremmen en zelfs stoppen. Het is belangrijk om een te laag gewicht serieus te nemen. De samenstelling van je voeding kan een rol spelen. Is het voldoende evenwichtig en calorierijk? Je lichaam in volle groei heeft veel voedingsenergie nodig! De samenstelling van je voeding kan je met een diëtiste bespreken.

Daarnaast moet je als meisje regelmatig menstrueren. Bij een te laag gewicht worden er te weinig vrouwelijke hormonen aangemaakt en kan je stoornissen in de menstruatie krijgen. Menstrueer je niet, dan moet dit verder onderzocht worden! Bovendien zullen je vrouwelijke vormen (borsten) minder ontwikkelen. Ook kunnen afwijkingen in je botten optreden. Kortom, neem dit ernstig en laat het de volgende 6 maanden goed opvolgen door je huisarts. Je kan ook advies vragen aan de arts van het CLB van je school, die met de gegevens van vroegere medische onderzoeken kan nagaan hoe je groei verloopt. 

 

Wie loopt risico om overgewicht te ontwikkelen?

 Er zijn heel wat factoren die het moeilijker maken om evenwichtig te eten en voldoende te bewegen.Sommige kinderen voelen zich vaak angstig of verdrietig, en zoeken troost in eten. Anderen voelen de hele tijd verleiding door alle lekkere smaken en geuren die de hele tijd op ons afgestuurd worden (op televisie, in de winkel, via reclame, op feestjes…). Soms proberen kinderen krampachtig op hun voeding te letten, en krijgen net daardoor verstoord eetgedrag en een hoger gewicht.

Ook leven sommige kinderen in een gezin waar dringende bezorgdheden de overhand halen op langetermijndoelen rond leefstijl (bv. in gezinnen waar er veel stress is, door persoonlijke of sociaal-economische omstandigheden). We moeten ook rekening houden met genetische verschillen tussen mensen: sommige lichamen zetten een overschot aan energie veel sneller om in vet dan andere. 

  

 Zijn crashdiëten slecht?

Er is een algemene regel: crashdiëten werken niet! Integendeel, je wordt er op lange termijn net zwaarder door. Dat hebben verschillende onderzoekers al uitgebreid aangetoond. Hoe komt dit? Met een crashdieet ga je veel minder energie opnemen dan je nodig hebt. Je valt hier in het begin door af, maar je lichaam wil je beschermen tegen te veel gewichtsverlies. De beschermingsreactie bestaat eruit dat je lichaam  minder gaat verbruiken. Als je dan na je crashdieet (gelukkig) terug normaal begint te eten, staat je lichaam nog steeds in ‘spaarstand’, en je slaat calorieën nu veel sneller op in vet. Resultaat: je komt bij in plaats van af te vallen.

Vraag jezelf ook eens af waarom je zo’n dieet wil volgen. Is het om te beantwoorden aan een schoonheidsideaal? Om meer te lijken op de modellen in de blaadjes? De meeste vrouwen zijn zwaarder dan deze modellen, en de foto’s zijn bewerkt om er ‘beter’ uit te zien. Vergelijk je niet met deze voorbeelden. Mensen bestaan in alle maten en kleuren, en deze diversiteit maakt de wereld mooier.

 

 Hoe val ik op een gezonde manier af?

Kamp je met overgewicht, en wil je hier graag iets aan doen? Doe dit dan op een gezonde manier. Eet op regelmatige tijdstippen, ontbijt, eet veel groenten en fruit, drink water als dorstlesser, varieer in wat je eet. Wees matig met snoep, chips en frisdrank, maar schrap ze ook niet uit je menu. Dan krijg je er alleen maar méér zin in. Let ook op je beweging. Je hoeft daarvoor niet elke dag naar een sportclub te gaan. Maak eens een wandeling, neem vaker de fiets als je iemand een bezoekje brengt, help wat in het huishouden, zit niet te lang achter de televisie of de computer. Tips rond gezonde voeding en beweging vind je op de website van het Vlaams Instituut Gezond Leven (www.gezondleven.be). Wil je hulp van iemand die je kan begeleiden in gezond afvallen? Praat er eens over met je huisarts. Die kan je advies geven of je in contact brengen met een hulpverlener.Zoek je gespecialiseerde hulp? Stuur ons een mailte (s999069849e195536528c1684445604r467671644e710019120t418820523a1630443751r2105228111i1617258892a1046850471a1436073465t184440433@91508279e391361738e1483792120t1323176361e1590570408x6126614p561090746e178186973r935308941t1365719221.1248570514b179177748e1800060862) en we zoeken de hulpverleners in je buurt. 

 

Hoe kan een eetstoornis zich ontwikkelen bij topsporters?

Topsporters hebben dezelfde risicofactoren als niet-topsporters. Maar ze hebben daarbij nog een aantal risicofactoren die passen bij deze specifieke context, zoals een omgeving die sterk focust op gewicht, gewicht ziet als manier om te winnen of presteren (bv. de ‘thin is going to win” idee die bij verschillende sporten aanwezig is), angst om te falen en druk om te presteren. Sporters in gewichtsklassen moeten vaak op korte tijd sterk afvallen of bijkomen om in de “juiste” gewichtsklasse te vallen voor een wedstrijd. Verder zijn er een aantal klassieke risicofactoren die vaak sterker aanwezig zijn binnen de sportwereld zoals een sterkere focus op voeding (wat wel en niet eten, hoeveel calorieën eten…) en een perfectionistische persoonlijkheid. Er is een overlap tussen kenmerken van wat trainers zien als een “goede sporter” en de risicofactoren voor een eetstoornis. 

 

Ik lust zo goed als niks, wat is er mis met mij?

 Voor dit eetprobleem zijn enkele termen in gebruik, waarmee je via Google op internet heel wat informatie kan vinden: 

  •  Orthorexia' of het overdreven bezig zijn met ‘gezond’ eten (dat een variant van anorexia nervosa kan worden). 
  •  'Food neophobia' of de angst of afkeer voor nieuw voedsel. 
  •  In sommige gevallen komt daar een braakfobie bij (zoekterm: 'emetofobie'). 

Het lijkt me in jouw geval om het tweede te gaan, wat meestal van kindsbeen af begint en door opvoeding aangeleerd is (geconditioneerd). Via gedragstherapie kan je deze angst/afkeer voor nieuw voedsel afleren. 

 

Waarom moeten we zoveel aandacht besteden aan obesitas bij kinderen? 

 Behandeling op jonge leeftijd is belangrijk! Kinderen met overgewicht zijn kwetsbaarder: ze zijn vaak sneller moe, worden minder uitgekozen bij sport en spel, en worden vaker gepest door leeftijdsgenoten. Dit heeft een grote impact op het zelfbeeld en welbevinden. Daarnaast kan overgewicht een risicofactor zijn voor chronische ziekten op latere leeftijd.  

Bij de aanpak van overgewicht is het belangrijk om versterkend te werken, en zo ook het risico op eetstoornissen te verminderen. Eetstoornissen ontstaan meestal al op vrij jonge leeftijd, waarbij velen in hun kindertijd kampten met overgewicht. 

Er is een nauwe band tussen overgewicht/obesitas en eetstoornissen. Meer dan 76% van de jongeren met obesitas zeggen in een onderzoek (van Neumark-Sztainer) dat ze ongezonde methodes gebruiken om hun gewicht te proberen verminderen. Het gevoel bijna niets te mogen eten kan ervoor zorgen dat je de  controle verliest (eetbuien) en kan het risico op verstoord eetgedrag verhogen. Bovendien tonen studies aan dat lijnen (voedingsmiddelen van het menu schrappen, weinig eten, maaltijden overslaan) niet effectief is. Wie snel afvalt, komt even snel terug bij (jojo-effect) en weegt vaak meer dan voor de afvalpoging.

Het doel is om alle kinderen en jongeren op een ontspannen manier te leren omgaan met eten, en dit kunnen ze best zo jong mogelijk leren, van thuis uit.

 

 

Lichamelijk

 

 

Is er een verband tussen de pil en eetbuien of eetstoornissen?

 Het is bekend dat de neiging tot eetbuien kan verergeren in de dagen voor de menstruaties (die overigens ook kunnen samengaan met prikkelbaarheid en stemmingsgevoeligheid; zie bv. 'het premenstrueel syndroom'). Door de pil te nemen vermindert dit gewoonlijk.  De anticonceptiepil heeft in het algemeen een gunstig effect voor wie gevoelig is voor hormoonveranderingen. 

Het verband tussen inname van de pil en optreden van ‘depressieve’ klachten is complex. Bepaalde pillen bevatten een vaste dosis van hormonen terwijl in andere pillen wisselende hoeveelheden van diverse hormonen zitten (bv. ‘driefasenpil’). Het loont dus steeds de moeite om een ander type pil uit te testen. 

Een persoon kan ook een toevallig verband leggen tussen  wisselende stemmingen en hormonen, terwijl ze niets met de pil te maken hebben. Maar stemmingswisselingen kunnen wel eetdrang uitlokken. Waar die stemmingsverandering dan vandaan komt, moet verder uitgezocht worden. 

Het feit dat iemand bijvoorbeeld terug met de pil gestart is, kan wijzen op veranderingen op relationeel vlak (nieuwe seksuele contacten, veranderde kinderwens). Deze kunnen een bepaalde spanning of emotionele factor inhouden die de eetdrang veroorzaakt.

  

Bestaat er iets om dikkere speekselklieren weg te krijgen bij boulimia nervosa?

Het zwellen van de speekselklieren bij een eetstoornis is bekend. Het is een meestal pijnloze verdikking te merken of voelen voor beide oren of aan de onderkaak. Het is meestal gekoppeld aan het braken. Het gebeurt soms dat men een ontsteking vermoedt of een opstopping van het speekselkanaal en zelfs chirurgisch ingrijpt, maar dat is onnodig! Als het braken stopt, verdwijnt de zwelling langzaam en meestal volledig. Een specifiek medicijn bestaat niet. 

  

Wat kan ik doen tegen reflux of ruminatie? 

De spontane terugkeer van voedsel (ook bekend als 'rumineren' of 'herkauwen') kan het gevolg zijn van een storing van de sluitspier tussen slokdarm en maag. Er kan dan een terugvloeien (reflux) van de maaginhoud optreden na de maaltijd of als men neerligt. Dit is vaak een complicatie van veelvoudig braken en kan de slokdarm ernstig aantasten door het maagzuur. Bepaalde medicatie kan dit verminderen. Uiteraard is stoppen met braken de hoofdregel. 

 

Wat is de beharing die voorkomt bij mensen met ernstig ondergewicht? 

Donshaartjes (lanugo) komen vooral voor bij een langdurig en extreem ondergewicht. Het is het type donshaar dat ook gezien wordt bij te vroeg geboren zuigelingen. Het heeft mogelijk de functie om warmte vast te houden. Door het relatief grotere lichaamsoppervlak bij een ernstig ondergewicht gaat warmte bij anorexia nervosa sneller verloren dan normaal. Een mannelijk patroon van lichaamsbeharing bij vrouwen (hirsutisme) wordt vooral gezien bij een ernstig ondergewicht en hangt dan waarschijnlijk samen met een relatief teveel aan mannelijke geslachtshormonen ten opzichte van de sterk in concentratie verminderde vrouwelijke geslachtshormonen. (Bron: Vandereycken W. & Noordenbos G., Handboek eetstoornissen. Utrecht: De Tijdstroom, 2008)  

 

Wanneer verminderd de zwelling van speekselkleiren en gezicht? 

Normaal verdwijnt de zwelling van de speekselklieren een week na het stoppen met braken en eetbuien (kan soms ook wat langer duren). Let echter op: na het stoppen van braken kan zich tijdelijk een vochtophoping voordoen ('oedeem') hetzij in het gelaat 's morgens bij het opstaan, hetzij 's avonds ter hoogte van de onderste ledematen. Dit heeft te maken met een verandering in vochtbalans. Door het regelmatig braken (en laxeren) is er vochtverlies opgetreden zodat het lichaam daarna veel water opslorpt om het evenwicht te herstellen. Vandaar dat het gewicht hierdoor ook in enkele dagen sterk kan toenemen, maar dat verdwijnt dan meestal spontaan na enkele dagen. Neem dus zeker geen vochtafdrijvende middelen (diuretica)! Bij ernstig of blijvend oedeem (gewoonlijk optredend bij laag gewicht) is het eventueel nodig enige tijd de vochtinname te beperken en een zoutarme voeding te nemen. In al deze gevallen is het aan te raden dit goed door de huisarts te laten opvolgen (ook met bloedcontroles, o.a. natrium en kalium). Gorgelen met zout is zeker af te raden want het kan de vochtbalans verstoren. 

 

 

Vruchtbaarheid

 

 

Heeft regelmatig braken invloed op mijn vruchtbaarheid?

Veel hangt af van hoe je eetgedrag en gewicht er uit ziet de maanden voordat je aan kindjes begint. Hoe evenwichtig en stabiel is je eetgedrag en gewicht? Verder speelt het een rol of je veel beweegt of sport en hoe goed je ‘in je vel zit'. Hou er ook rekening mee dat een zwangerschap zelf weer voor eet- en gewichtsproblemen kan zorgen. Het is dan belangrijk hierover open te kunnen praten. Raadpleeg dus bij voorkeur een deskundige om je te laten begeleiden. 

 

Kinderwens en risico op onvruchtbaarheid bij ondergewicht?

 Een permanente onvruchtbaarheid is niet direct te vrezen, maar wel moeilijkheden om zwanger te raken. Uiteraard moet eerst je gewicht genormaliseerd zijn. Dit betekent minstens een BMI van 20. Dit kan zelfs nog hoger moeten om je hormoonsysteem weer op gang te krijgen bij een lange stilstand van je menstruatiecyclus. Bij voorkeur gebeurt dit op natuurlijke wijze zonder stimulatie door toediening van kunstmatige hormonen. Natuurlijk kan men tegenwoordig met allerlei kunstingrepen een zwangerschap forceren, maar de risico's voor het kind zijn groot als je nog steeds met een ondergewicht zit. Dat is dus zeker af te raden. Een kind heeft recht op een gezonde moeder! Als je eenmaal op normaal gewicht bent, ga dan regelmatig op controle bij een gynecoloog en licht deze in over uw voorgeschiedenis. Zorg er intussen voor niet zwanger te raken voor het normale gewicht bereikt is. Het feit dat er nog geen menstruaties optreden verhindert niet automatisch dat je bij een hoger gewicht toch onverwacht vruchtbaar bent. Zorg dus voor goede contraceptie tot het moment ‘rijp’ is voor een gezonde zwangerschap.  

 

Moet ik een voorbehoedsmiddel gebruiken als ik geen menstruatie meer krijg? 

Ja. Zelfs als je je maandstonden niet meer lijkt te krijgen, kan het toch gebeuren dat je tijdelijk wel een eisprong hebt. Het blijft dus belangrijk om je te beschermen tegen een zwangerschap. 

 

Heeft braken tijdens mijn zwangerschap risico’s voor mijn baby? 

Het regelmatig braken tijdens een zwangerschap is nooit zonder gevaar; ook het zogenaamde ‘zwangerschapsbraken’ kan leiden tot tekorten in bepaalde stoffen die nodig zijn voor de gezondheid van moeder en foetus! Dit moet daarom steeds goed opgevolgd worden via bloedcontroles. In uw geval lijkt het braken een psychische betekenis te hebben, het geeft een soort ‘kick’, en dan kan zo’n gedrag snel een gewoonte of soort verslaving worden die gaat gelijken op een eetstoornis of in die richting kan evolueren. Het is belangrijk dat u dit met uw arts bespreekt en verder nagaat waarom u dit braken ‘nodig’ heeft, terwijl het verder goed zou gaan in uw leven. Raadpleeg desnoods een ervaren psycholoog. 

 

Is het gevaarlijk een lage BMI te hebben voor of tijdens de zwangerschap? 

 Vrouwen die een te lage BMI hebben voor de zwangerschap lopen meer risico op tekorten, wat een goed verloop van de zwangerschap kan belemmeren. Een eetstoornis voor de zwangerschap kan gevolgen hebben voor de vruchtbaarheid, en deze vrouwen blijken vatbaarder voor depressie tijdens en na de zwangerschap. Algemeen wordt aanbevolen dat een eetstoornis voldoende onder controle moet zijn voor men een kinderwens wil realiseren.

In de media is er soms ook sprake van “pregorexia”. Dit is een niet-wetenschappelijke omschrijving van een vorm van anorexia bij zwangere vrouwen. Deze vrouwen doen er alles aan om zo weinig mogelijk bij te komen tijdens hun zwangerschap en na hun bevalling onmiddellijk weer superslank te worden. Een streng dieet volgen of teveel sporten tijdens een zwangerschap kunnen echter zowel voor moeder als voor kind schadelijke gevolgen hebben.

Veel vrouwen komen nauwelijks bij tijdens de eerste drie maanden van de zwangerschap doordat ze omwille van misselijkheid nauwelijks kunnen eten of veel braken. Zolang het gewichtsverlies beperkt blijft, hoeft dit geen probleem te vormen. Meestal verdwijnt de misselijkheid na drie maanden waardoor ze terug meer eten en in gewicht toenemen. Voor de ontwikkeling van het kind is dit wenselijk.

Normen voor aanbevolen gewichtstoename tijdens de zwangerschap op basis van BMI voor de zwangerschap:

 

BMI voor de

zwangerschap

Aanbevolen gewichtstoename tijdens zwangerschap

 

 

BMI < 18,5

12,5 – 18 kg

BMI 18,5 – 24,9

11,5 – 16 kg

BMI 25 – 29,9

7 – 11,5 kg

BMI > 30

5 – 9 kg

 

 

 

 

Psychologisch

 

 

Zijn anorexiapatiënten intelligenter of is dit een mythe?

 Dat is duidelijk een misvatting die vermoedelijk te maken heeft met de selectie van wie er in de hulpverlening terecht komt. Vooral in de oudere literatuur werd hierdoor een verkeerd beeld geschetst. Anorexia nervosa is niet gekoppeld aan een hogere intelligentie (wel zal je het zeldzamer vinden bij zwakbegaafden, al komen er bij die groep wel vaak diverse eetstoornissen voor). Mogelijk wordt het beeld vertekend doordat anorexiapatiënten veelal een sterke prestatiedrang vertonen en daardoor in het algemeen betere studieresultaten hebben, maar dat is wat anders dan intelligentie.

 

Waar kan ik terecht voor hulp rond mijn braakfobie?

Het loont de moeite om hulp te zoeken voor een braakfobie, dit is goed te behandelen (zie bijv. website www.emetofobie.nl). 

 

Ik heb anorexia nervosa en heb concentratieproblemen 

Bij langdurige anorexia nervosa met laag gewicht en ondervoeding kunnen neuropsychologische veranderingen optreden die zich uiten in de vorm van concentratiestoornissen, geheugenproblemen en verminderde helderheid van het bewustzijn. Vele patiënten hebben dit een tijd lang kunnen compenseren door extra hard te blijven werken of studeren. De beschreven ‘vervreemdingsgevoelens’ zijn niet direct tekenen van een psychose (met wanen of hallucinaties als hoofdkenmerken). Het gaat om zogenaamde dissociatieverschijnselen (of ‘depersonalisatie’): een vervorming van het zelfbewustzijn, alsof je niet echt helder meer kunt denken en voelen. Ook dat kan aan ondervoeding te wijten zijn. Simpel samengevat: je hersenen hebben ook voeding nodig, dus is een herstel van gezonde voeding en gewicht hier de aangewezen aanpak.

 

Is perfectionisme de oorzaak van eetstoornissen?

Men moet inderdaad een te eenzijdige redenering of veralgemening in dit verband vermijden. Perfectionisme is namelijk een complex begrip dat zowel maladaptieve (onaangepaste, ‘ongezonde’) als meer adaptieve (aangepaste, ‘gezonde’) kenmerken omvat. Perfectionisten stellen hoge doelen voorop. Op zich is dit geen disfunctionele eigenschap omdat van duidelijke doelen een zekere motiverende kracht kan uitgaan. Perfectionisme wordt echter wel maladaptief wanneer mensen hun zelfbeoordeling in sterke mate afhankelijk maken van hun prestaties en succes. Op dat ogenblik dreigen ze zichzelf kritisch te gaan evalueren telkens wanneer ze falen in het bereiken van hun doelen. Ze ontwikkelen een sterke angst om fouten te maken en twijfelen voortdurend of hun gedrag wel tegemoet komt aan hun hoge standaarden. We spreken ook van positief perfectionisme wanneer het gericht is om verwachte doelen te bereiken en ervoor beloond te worden (gedrag gemotiveerd door prestatiegerichtheid) en van negatief perfectionisme als het bedoeld is om verwachte negatieve situaties te vermijden (gedrag vanuit faalangst en/of angst negatief beoordeeld te worden). In het onderzoek is nog te weinig onderscheid gemaakt tussen deze vormen van perfectionisme en hun mogelijk verband met de ontwikkeling van eetstoornissen.

 

 

Zelfbeeld

 

 

Kunnen personen met een goed zelfbeeld ook vatbaar zijn voor eetstoornissen?

Een positief zelfbeeld is een beschermende factor, wat betekent dat het de invloed van risicofactoren kan verminderen. Maar net zoals er niet één oorzaak is, is er ook niet één grote beschermende factor die iedereen kan beschermen. Een goed zelfbeeld wordt wel gezien als een belangrijke beschermende factor. Andere beschermende factoren zijn bv. mediaweerbaarheid en goede sociale relaties.  

 

Is het realistisch om te dromen van een thigh gap?

De ‘thigh gap’ is de opening die sommige vrouwen hebben tussen hun billen wanneer ze met hun knieën tegen elkaar staan. De ‘thigh gap’ wordt voorgesteld als een weerspiegeling van hoe slank iemand is, maar eigenlijk gaat dit over de structuur van je bekken, en niet over hoe ‘dik’ je billen zijn. En je bekkenstructuur kan je niet veranderen, ook niet door af te vallen. Slechts een heel klein percentage vrouwen heeft een bekkenstructuur waarbij je een ‘thigh gap‘ ziet. Hou er ook rekening mee dat foto’s in modeblaadjes bewerkt worden om zoveel mogelijk te beantwoorden aan het ‘schoonheidsideaal’. Laat je alsjeblieft niet meeslepen door deze nieuwe ‘hype’. Als morgen een groep mensen beweert dat alle vrouwen minstens een schoenmaat 40 moeten hebben om mooi te zijn, zou je hier dan ook niet om lachen? :)

 

Hoe kunnen ouders omgaan met hun kinderen met overgewicht? 

Ouders kunnen met het hele gezin inzetten op een gezonde leefstijl. Ze geven het goede voorbeeld en communiceren op een positieve manier naar hun kind, wat zijn/haar kledingmaat ook is. Het gezin kan samen zoeken naar leuke activiteiten, lekkere gezonde receptjes en actieve bezigheden. 

Communiceren rond eten en gewicht

  • Focus op een gezonde leefstijl
  • Kijk kritisch naar het slankheidsideaal en dieethypes
  • Stimuleer een positief lichaamsbeeld en goed welbevinden
  • Geef positieve boodschappen rond rolmodellen die ‘een maatje meer’ hebben
  • Je hoeft niet te waarschuwen voor stoornissen

Kritische bril en positieve boodschap

Voor ouders kan het een uitdaging zijn om zelf af te stappen van het slankheidsideaal. Er leven vooroordelen over mensen met overgewicht en obesitas. Ouders willen het beste voor hun kind en willen soms waarschuwen voor de gevolgen van het gewicht. Misschien leeft er bij de ouder zelf een wens om slank(er) te zijn. Maar het is belangrijk om een veilige, positieve omgeving te creëren thuis waar het kind zich niet schaamt voor zijn/haar lichaamsvorm. Kinderen kunnen uit hun overgewicht groeien wanneer het gewicht enige tijd stabiel blijft terwijl hun lengte toeneemt. Met een ontspannen sfeer aan tafel, positieve communicatie en een regelmatig eetpatroon komen we al heel ver. Maar strenge controle van het eetgedrag van het kind heeft net het omgekeerde effect.

Hoe kunnen kinderen met overgewicht afvallen? 

Kinderen met overgewicht volgen géén dieet en moeten doorgaans niet afvallen. Via een gezonde leefstijl kan het gewicht stabiliseren. Wanneer het kind verder toeneemt in lengte, groeit het vaak uit het overgewicht. Aanzetten tot lijngedrag en ‘lekker eten’ ontzeggen, schaadt hun zelfbeeld en helpt hen niet om een gezond gewicht te bereiken. Het aanleren van een gezonde leefstijl gebeurt in het gezin, samen met ouders, broers en zussen. Een gezonde leefstijl is goed voor iedereen, los van gewicht.

 

 

Sociaal

 

 

Hoe kan ik omgaan met littekens van zelfverwonding die zichtbaar zijn tijdens bv. opleiding of werk?

 Je probleem is bekend voor velen die met ‘littekens' van het verleden zitten; veel hangt af hoe je er zelf mee omgaat. Als je die episode echt af kan sluiten, moet je er ook geen taboe rond maken. Hoe opener en ‘gewoner' je er zelf durft over praten, hoe minder problemen het geeft. Je eigen houding is dan doorslaggevend en niet de gefantaseerde (gevreesde) reactie van anderen! Het feit dat je dit alles hebt doorgemaakt kan je juist sterker maken in je toekomstige job. Een gulden regel blijft wel: zorg goed voor jezelf als je ook voor anderen wil zorgen! 

 

Ik maak me zorgen om mijn vriendin die steeds meer afvalt en weinig eet?

Goede vriendinnen moeten ook moeilijke dingen kunnen bespreken. Daarom raden we aan je bezorgdheid rechtstreeks met haar te bespreken. Zeker als ze opnieuw zwanger wil worden kan een ‘sluimerende eetstoornis’ een risico inhouden, niet alleen wat vruchtbaarheid betreft maar ook bij een zwangerschap kan een eetprobleem ernstige gevolgen hebben. Als ze niet echt open staat voor een gesprek hierover is dit ‘verdacht’, want dan heeft ze iets te verbergen of ontkennen. Op dat moment moet soms de druk van buitenaf verhoogd worden om haar tot inzicht te brengen en hulp te vragen. Uiteraard speelt haar partner hierbij een cruciale rol en bespreek je dit ook best met hem. 

 

 

Behandeling

 

 

 

Wat kunnen ouders doen die zich zorgen maken over de communicatie tussen hun kind en de hulpverlener? 

Als er zich communicatieproblemen voordoen in een behandeling is een open gesprek noodzakelijk. Ouders van minderjarigen hebben het recht betrokken te worden. Maar een behanderlaar kan ervoor kiezen om direct contact met de ouders te vermijden omwille van de vertrouwensrelatie met de dochter. In deze situatie kan een andere behandelaar als tussenpersoon optreden met respect voor alle betrokken partijen. 

 

Kan ik als ervaringsdeskundigen aan de slag gaan als therapeut voor eetstoornissen?

 Je vraag is niet zo eenvoudig te beantwoorden met ja of nee. Deze vraag is relevant voor elke hulpverlener in de geestelijke gezondheidszorg. Je mag niet meer gehinderd zijn door persoonlijke problemen. Het feit dat je een bepaalde problematiek zelf hebt meegemaakt en 'overwonnen', kan een voordeel zijn bij de hulpverlening. Maar het kan ook een nadeel vormen. Zo zou je te snel kunnen vergelijken met je eigen geschiedenis of je te gemakkelijk identificeren met die cliënt/patiënt. Dit is dus een vraag waarbij jouw persoonlijke proces centraal staat. Als je in de sector gaat werken, lijkt het me wel goed dat je hier eerlijk en open over praat.

 

 Het gewicht van onze dochter met AN daalt tijdens de opname. Moeten we ons zorgen maken?

We kunnen niet in detail ingaan op je vraag omdat dit kennis van het medisch dossier veronderstelt. je kan dus beter je vragen aan de behandelende arts stellen. Een trage hartslag is normaal bij een laag gewicht. Dit betekent dat de stofwisseling algemeen vertraagd is als een soort ‘besparing’ door het lichaam zelf. Wel is het zo dat stofwisseling en gewichtsverandering vrij complex in elkaar zitten. Dit kan betekenen dat de ene patiënt veel meer moet eten dan de andere om dezelfde hoeveelheid gewicht te winnen. Eerst moet men natuurlijk zeker zijn dat er voldoende calorieën gegeten worden. Voor sommigen moet dit tot 3000 kcal per dag zijn om resultaat te behalen! Uiteraard speelt ook het verbruik door fysieke inspanning een rol. Vele patiënten onderschatten hun bewegingsdrang en neiging voortdurend bezig te zijn. Tenslotte is er nog het probleem van de eerlijkheid. Hoe zeer klopt het wat een patiënt beweert te eten en wordt er niet stiekem gebraakt of laxeermiddelen gebruikt? Wel is het eigenaardig als iemand tijdens de opname verder in gewicht daalt, wat ook vragen doet rijzen over de behandeling zelf. In een gespecialiseerde kliniek voor eetstoornissen wint een patiënt een minimum van 500g per week. 

 

 Hoe kunnen we als ouder websites blokker die pro anorexia zijn? 

Het verschijnsel van de zogenaamde pro-ana-sites is al meerdere jaren bekend en onderwerp van discussie in verschillende landen bij beleidsmensen en experten. Men kan dit soort websites niet zomaar verbieden omdat er weinig wettelijke grond voor is en het bovendien een internationeel fenomeen is. Daarbij kan het verbieden ervan de nieuwsgierigheid bij jongeren nog extra aanwakkeren. Jongeren die gevoelig zijn voor bepaalde invloeden, zullen steeds via allerlei media (facebook, tv, tijdschriften, sms) in contact komen met bepaalde informatie die nadelige invloed kan hebben. Men kan zijn kinderen hiervoor nooit compleet afschermen, ook al valt de ouderlijke bezorgdheid over 'slechte invloeden' heel goed te begrijpen. Zoals bij alle invloeden van populaire media en reclame zou het een goede zaak zijn als men op school leert hier kritisch mee om te gaan en zich weerbaar op te stellen tegenover media-invloeden. Als ouders kan men hier ook een belangrijk voorbeeld in geven. Ontdekt men van zijn kind dat deze bepaalde websites bezoekt die problematisch zijn, dan is het belangrijk dit bespreekbaar te maken in een sfeer van vertrouwen. Bezorgdheid wordt soms te snel wantrouwen en controle, hetgeen de verkeerde reactie zou zijn. De belangrijkste aanbeveling is dus uw bezorgdheid op een open wijze met uw dochter te bespreken. Voor andere concrete opvoedingstips in verband met een eetstoornis kunnen ouders terecht bij de vereniging ANBN: www.anbn.be

 

Vanaf welke BMI is ambulante behandeling of een een opname zinvol bij een eetstoornis?

 Die vraag is niet simpel in een getal te zetten want het gaat ook om de snelheid en manier van gewichtsverlies; iemand kan lang op een BMI van 14 staan en enig evenwicht bereikt hebben dat minder gevaarlijk is dan iemand die op BMI 16 terecht is gekomen door zeer snel te vermageren. Bovendien is braken en laxeren, ongeacht het gewicht, gevaarlijker dan simpel vasten! Men kan als vuistregel nemen: onder BMI 16 geen fysieke inspanningen (sport, fietsen, turnen); een BMI 15 is de ondergrens van ambulante therapie in deskundige handen; iemand die niet vertrouwd is met eetstoornissen moet sneller doorverwijzen. Vergeet niet regelmatige bloedcontroles uit te voeren (zeker voor de onvoorspelbare kaliumspiegel).

 

Hoe kan je obesitas bij kinderen aanpakken? 

 De oorzaken van overgewicht en obesitas zijn steeds een combinatie van factoren. Door veranderingen in onze samenleving bewegen we minder, eten we minder evenwichtig, slapen we te weinig en hebben we stress die lang aanhoudt. Sommige families hebben genetisch meer kans om hierdoor overgewicht te ontwikkelen.

 Overgewicht is een symptoom van een complexe problematiek die een brede aanpak vraagt. Kinderen, jongeren en volwassenen met overgewicht zijn niet persoonlijk verantwoordelijk voor hun maatje meer. Gewicht is veel minder controleerbaar dan de dieetindustrie ons doet geloven. De aanpak van overgewicht richt zich naar  

  • Gezonde gewoontes aanleren aan gezin en kinderen 
  • Gedragingen en oordelen van hulpverleners, ouders, leerkrachten
  • Stigma in de samenleving 

 Gezonde gewoontes aanleren 

 Kinderen en hun ouders krijgen tijdens een behandeling begeleiding van een multidisciplinair team dat bestaat uit een psycholoog, een diëtist, een bewegingsdeskundige of kinesitherapeut en een huisarts. Want sociale, psychologische, voedings- en bewegingsfactoren spelen een rol.  Het kind gaat niet op dieet, maar neemt nieuwe gewoonten over, samen met en via het gezin. Daar hebben alle kinderen (én volwassenen) hun hele leven voordeel van. 

Dit zijn enkele basisrichtlijnen voor een gezonde leefstijl: 

Eetgedrag

  • Regelmaat: 3 hoofdmaaltijden, 2 tot 3 tussendoortjes (Elke 2 à 3 uur iets eten)
  • Ontbijt elke dag
  • Eet samen (met je gezin, vrienden…)
  • Eet rustig en bewust, zodat je de signalen van je lichaam kan opmerken wanneer het aangeeft “ik heb voldoende gegeten” of “ik heb nog honger”
  • Eet op een vaste plaats, op min of meer vaste tijdstippen, en weg  van afleiding zoals televisie
  • Eet gevarieerd
  • Voedingsmiddelen zijn geen personages in een Hollywoodfilm: er is geen “goede” of “slechte”.
  • Drink vooral water 
  • Eet groenten/fruit bij elke maaltijd en eet trage suikers 
  • Beperk suiker- en vetrijke snacks, frisdrank en alcohol. Af en toe een extraatje mag uiteraard

Activiteit

  • Bouw beweging in door jezelf actief te verplaatsen
  • Doe minder sedentaire activiteiten (zoals televisie kijken) en probeer zittijd te doorbreken (bv. elke 30 minuten even rechtstaan)
  • Zoek een sportieve activiteit die je leuk vindt en misschien samen met anderen kan doen

Psychosociaal

  • Leef je uit in hobby’s, interesses en activiteiten met anderen
  • Werk aan een positief zelf- en lichaamsbeeld
  • Geef jezelf een pluim als je iets goed doet
  • Zoek verschillende manieren om met moeilijke gevoelens om te gaan
  • Plan rustmomenten en en stel prioriteiten om langdurige stress te beperken

Een beetje veranderen is al veel! 

Je leefstijl veranderen is moeilijk. Verandering vraagt tijd. Kies daarom éen of twee veranderingen die haalbaar lijken voor jullie gezin. Focus je tijd en energie op realistische doelstellingen die je op lange termijn kan volhouden. Zo kan je genieten van de voldoening als het lukt om iets te veranderen. Bekijk het als een marathon, geen sprint.  

Gedragingen en oordelen van zorgfiguren 

Zet gewicht niet in de schijnwerpers. Kinderen hebben veel aan complimenten over positief gedrag. Ook een positieve houding naar lichamen van alle maten helpt om het stigma rond overgewicht te doorbreken. Een gezond gewicht is trouwens niet hetzelfde als een normaal gewicht. Een kind dat maaltijden overslaat om dunner te zijn heeft misschien een normaal gewicht, maar dit is geen gezond gedrag. Bovendien werkt dit lijngedrag zelfs gewichtstoename in de hand, doordat het de verwerking van energie door ons lichaam verstoort. 

Enkele tips bij de communicatie:

  • Focus op een gezonde leefstijl
  • Kijk kritisch naar het slankheidsideaal en dieethypes
  • Stimuleer een positief lichaamsbeeld en goed welbevinden
  • Geef positieve boodschappen rond rolmodellen die ‘een maatje meer’ hebben
  • Je hoeft niet te waarschuwen voor stoornissen

 stigma in de samenleving 

Daarnaast heeft het maatschappelijk beeld over overgewicht en obesitas een enorme invloed op de gezondheid en het welzijn van ons allemaal. Zorgfiguren (ouders,  leerkrachten) en hulpverleners hebben vaak zelf een oordeel over zwaardere mensen. Maar het stigma rond gewicht is niet oké. Het zorgt ervoor dat velen van ons zich heel snel “te dik” voelen, en dat kinderen, jongeren en volwassenen met een maatje meer zich schamen en van het ene dieet naar het andere springen. Zo ontstaat een vicieuze cirkel, want dit lijngedrag brengt hen net verder van een gezond gewicht. Dit willen we niet stimuleren, en al zeker niet bij kinderen. Bewustwording van je eigen houding en gedrag hierrond helpt om in te gaan tegen de onrechtvaardige vooroordelen. 

 

Share: